Volk en cultuur 1
In 1860 telde de bevolking van Indonesië nog maar zo’n 16 miljoen mensen. Bij de onafhankelijkheid in 1949 waren dat er al 77 miljoen en in 1971 119 miljoen. De bevolking is sindsdien verdubbeld. Hoeveel inwoners Indonesië nu heeft, is niet precies te zeggen. De schattingen lopen uiteen van 225 tot 245 miljoen mensen.

Het is onmogelijk te spreken van hét Indonesische volk. In het uitgestrekte land leven meer dan 300 etnische groepen, die duidelijk van elkaar verschillen in uiterlijke kenmerken en in cultuur. Ze behoren in meerderheid tot het Maleise ras en zijn over een periode van duizenden jaren van het Aziatische vasteland naar de eilanden getrokken.
Tot de oorspronkelijke bevolking behoren onder andere de Batakkers op Sumatra, de Dayaks in Kalimantan en de Toraja’s op Sulawesi. De Papoea’s van Nieuw-Guinea zijn van Melanesische oorsprong, net als de bewoners van de Kleine Soenda-eilanden.
Javanen vormen de grootste groep, zij maken ongeveer eenderde uit van de totale bevolking. Ze wonen op het dichtbevolkte Java. In het westen van dit eiland wonen de Soendanezen, die de tweede bevolkingsgroep vormen. Al in de koloniale tijd werd een programma opgezet om mensen van het overbevolkte Java te verhuizen naar andere eilanden ("transmigratie"). Dit programma duurt tot op de dag van vandaag voort. Het stuit op veel verzet bij de diverse etnische groeperingen, die vrezen voor "Javanisering".
In heel Indonesië wonen Chinezen (totaal zo’n 5 miljoen), vooral in de grotere steden. Zij controleren de handel en zijn vaak zeer welvarend, wat de jaloezie opwekt van de andere bevolkingsgroepen.
Het overgrote deel (bijna 90%) van de Indonesiërs is moslim. Daarmee is Indonesië de grootste islamitische staat ter wereld. Alleen op Bali heeft de islam nooit voet aan de grond gekregen. Dat eiland is hindoeïstisch, zij het vermengd met boeddhistische en oude lokale tradities.
[Vervolg: Volk en cultuur 2]
