Volk en cultuur 2
[Vervolg van Volk en cultuur 1]
De batikstoffen uit Indonesië zijn wereldberoemd. Batik is een methode om stof te kleuren, waarbij een waslaag ervoor zorgt dat sommige delen ongekleurd blijven. De techniek wordt, vooral op Java, ook steeds meer toegepast in de schilderkunst. Er zijn overigens veel meer technieken om stof te bewerken, zoals ikat, songket en endek.
Ondanks de opkomst van de islam in de 15de en 16de eeuw zijn er in de Indonesische cultuur vele hindoeïstische elementen te vinden. Zoals bij het traditionele schaduwspel met leren poppen (wajang kulit, wajang = pop), dat is gebaseerd op de oude Indiase heldendichten Mahabharata en Ramayana. Het poppenspel wordt meestal begeleid door een gamelan-orkest. De beste orkesten bestaan uit zo’n 40 muzikanten, die drums, gongs en xylofoons bespelen.

Onder invloed van de Westerlingen die naar Indonesië kwamen, is ook de muziek veranderd. Zo is krontjong heel populair, een stijl die is gebaseerd op Portugese muziek. Het belangrijkste instrument is de ukelele (krontjong), aangevuld met gitaar, viool en fluit.
Indiase verhalen komen ook terug in Indonesische dansen. In de moderne dans kecak begeleidt een mannenkoor de avonturen van koning Rama en zijn bondgenoten de apen, die onder leiding staan van de apengod Hanuman.
Balinese dansen zijn heilige rituelen, die meestal op het voorplein van de tempel worden uitgevoerd. Ze dienen niet zozeer om het publiek te vermaken als wel om de goden te behagen.
Frits Mulder, Taal en tekst.
