Economie en toerisme
Vanaf de oprichting van de staat Israël in 1948 maakte het land een flinke economische groei door, maar daaraan kwam een eind in de jaren '70. Enorme inflatie (440% in 1984!), groeiende werkloosheid en zware defensielasten brachten Israël bijna het economisch bankroet.Dankzij straffe bezuinigingen kwam de economische motor weer op gang, maar de eerste en de tweede Palestijnse opstand (intifada), hadden een verwoestende uitwerking. Door die opstanden verdween niet alleen een afzetgebied, maar waren bedrijven ook verstoken van Palestijnse arbeidskrachten. Bovendien bleven toeristen weg.
Gecombineerd met de algehele teruggang van de wereldeconomie steeg de werkloosheid in Israël. In 2005 zat 10% van de beroepsbevolking zonder werk.
Een belangrijk probleem voor Israël is de watervoorziening. Het land zelf heeft nauwelijks waterbronnen; de meeste bronnen liggen op de Golan Hoogvlakte en op de Westelijke Jordaanoever. Daarom investeert Israël grote bedragen in ontziltingsinstallaties, waarmee drinkwater uit zout water kan worden gewonnen.
In de industrie vallen voornamelijk elektrotechnische en chemische industrieën op. Biotechnologie is het paradepaardje. De Israëlische regering geeft uitgebreide voordelen aan internationale biotech-bedrijven die hun afdeling Onderzoek & Ontwikkeling in Israël willen vestigen. Verder wordt de software-industrie steeds belangrijker. Aanvankelijk werd die vooral ingezet voor militaire doeleinden.
Landbouw neemt op de totale economie geen belangrijke plaats in, maar toch moet je deze sector niet onderschatten. Het land is voor de meeste producten zelfvoorzienend en dat is sinds de oprichting van de staat Israël ook het beleid geweest.
Israël wilde voor de voedselvoorziening niet afhankelijk zijn van het buitenland, zeker niet in tijden van oorlog. Daarom zijn bijvoorbeeld in de Negev-woestijn grote irrigatiewerken aangelegd. Daarmee werd droge woestijngrond toch vruchtbaar.
De Negev-woestijn is ook belangrijk als leverancier van diverse mineralen. Er wordt koper, fosfaat, marmer, gips en glaszand gewonnen. De Dode Zee is rijk aan kaliumcarbonaat en broom.
Uitgedrukt in geld is de diamantexport van groot belang voor het land. In 2004 haalde Israël maar liefst 20% van zijn export-inkomsten uit bewerkte diamant. De concurrentie van India wordt steeds heviger, maar Israël heeft een enorme knowhow en hooggekwalificeerde diamantslijpers.

De tv-beelden van stenengooiende Palestijnen en zelfmoordaanslagen schrikken veel toeristen af. Zo kwamen er in 1996 ruim 2 miljoen toeristen naar Israël; na het uitbreken van de tweede intifada in 2000 zakte dat aantal terug tot onder de 1 miljoen.
Jeruzalem is een topbestemming, vanwege de vele historische gebouwen. Tel Aviv is aantrekkelijk als badplaats en stad van het "goede leven". Eilat helemaal in het zuiden aan de Golf van Akaba heeft zich sterk ontwikkeld als strandbestemming.
Frits Mulder, Taal en tekst.
