Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog was voor veel joden de maat vol. Massaal stroomden de overlevenden van de nazi-concentratiekampen naar Palestina.

De Britten waren niet opgewassen tegen deze instroom en in 1947 grepen de Verenigde Naties in. Het land zou worden opgesplitst in een joodse en een Arabische staat.

De stad Jeruzalem, die voor joden, moslims én christenen heilig is, zou onder bestuur komen van de VN.

De joden gingen akkoord met het voorstel, de Arabieren niet. Daarop brak een bloedige strijd uit, waarbij 400.000 Palestijnen hun toevlucht zochten in de buurlanden. Op 14 mei 1948 riepen de joden de staat Israël uit.

Na de oprichting kwam de immigratie pas goed op gang. In de eerste drie jaar verdubbelde de joodse bevolking. Bij de volkstelling van 1961 bleek Israël 2,3 miljoen inwoners te hebben; slechts 10% was Arabier.

De buurlanden namen geen genoegen met de nieuwe situatie. Al in het jaar van oprichting raakte Israël slaags met de Arabische landen eromheen. Er zouden nog vele oorlogen volgen. Dankzij Amerikaanse steun wist Israël snel een leger op te bouwen dat sterker was dan de legers van de omringende landen bij elkaar.

Suez-crisis

In 1956 wilde buurland Egypte het Suezkanaal nationaliseren. Deze belangrijke verbinding tussen de Middellandse Zee en de Rode Zee stond tot dan toe onder beheer van de Britten en de Fransen.

Groot-Brittannië, Frankrijk en Israël besloten gezamenlijk het Suezkanaal te bezetten. Het Israëlische leger rukte snel op door de Sinaï-woestijn, maar de VN en Amerika staken er een stokje voor. Het Israëlische leger moest zich terugtrekken, maar had bewezen daadkrachtig te kunnen optreden.

In de jaren daarna namen guerrilla-activiteiten vanuit de Arabische landen tegen Israël toe. De spanning steeg. Het was de voorbode van de eerste grootschalige oorlog tussen Israël en de Arabische landen.

[Zie voor geschiedenis vanaf 1967: Moderne politiek]

Frits Mulder, Taal en tekst.