Moderne politiek 1
Met de gedachte dat de aanval de beste verdediging was, viel de Israëlische luchtmacht op 5 juni 1967 militaire vliegvelden aan in Egypte, Jordanië, Syrië en Irak. Daarbij werd de luchtmacht van die landen vrijwel vernietigd.Tegelijkertijd trokken Israëlische troepen door de Sinaï-woestijn. Drie dagen later stonden ze aan het Suezkanaal. Intussen hadden de Israëli’s ook de Westelijke Jordaanoever bezet en Oost-Jeruzalem ingenomen.
Op 8 juni gingen Egypte en Jordanië akkoord met een wapenstilstand. Dat gaf het Israëlische leger de vrije hand om de Golan Hoogvlakte in het noordoosten op Syrië te veroveren. Daarop legde ook Syrië zich neer bij de situatie en ging akkoord met een staakt-het-vuren.
In de jaren die volgden, werd herhaaldelijk onderhandeld over de door Israël bezette gebieden, maar de joden waren niet van plan die terug te geven. Ze zagen het als een veilige bufferzone tussen Israël en zijn Arabische vijanden.Toch waren er geregeld Palestijnse aanslagen op Israëlisch grondgebied, uitgevoerd vanuit Libanon en Syrië.
Israël reageerde met strafexpedities in die landen en aanvallen op Palestijnse vluchtelingenkampen.
Op de Westelijke Jordaanoever bleef het relatief rustig. Ongeveer een miljoen Arabieren kozen liever voor een leven onder de Israëlische bezetter dan te moeten wonen in een Palestijns vluchtelingenkamp. In de Gazastrook was het verzet heviger. Beide gebieden werden in 1973 bij Israël gevoegd.
Egypte en Syrië zonnen intussen op wraak. Op 6 oktober 1973 –de belangrijkste godsdienstige joodse feestdag, Jom Kippoer– viel Egypte de Sinaï binnen en Syrië de Golanhoogten.
Door de volslagen verrassing van de aanvallen had Israël veel moeite de Egyptische en Syrische legers te weerstaan. Toch was er na drie weken een wapenstilstand. Langs het Suez-kanaal kwam een neutrale zone onder VN-toezicht.
[Vervolg: Politiek 2]
