Geschiedenis 1

De Grieken en de Etrusken waren de eersten die een geordende samenleving opbouwden in het huidige Italië. Maar de geschiedenis van het land is vooral verbonden met de opkomst van de Romeinen.

Rome was aanvankelijk niet meer dan een stadstaat, gesticht rond 500 v. Chr. aan de rivier de Tiber. De Romeinen breidden hun gebied enorm uit en hun cultuur had een grote invloed op de geschiedenis van Europa. Op het hoogtepunt bestreek het keizerrijk een gebied van Engeland tot in Noord-Afrika, en van de Atlantische Oceaan tot de rivier de Eufraat in het Midden-Oosten.

De Romeinen waren fanatieke bouwers en overal in Europa zijn resten van hun beschaving te vinden: wegen, bruggen, aquaducten. Verscheidene steden zijn door de Romeinen gesticht en de basis van ons rechtssysteem werd door hen gelegd.

In 395 n. Chr. werd het rijk opgedeeld in een Oost-Romeins en een West-Romeins Rijk. Het oostelijke deel zou nog duizend jaar stand houden als het Byzantijnse Rijk met als hoofdstad Constantinopel (het huidige Istanbul in Turkije). Het West-Romeinse Rijk viel al gauw uit elkaar. De staatkundige chaos die daarop volgde zou eeuwen duren.

In de middeleeuwen kwam de economie tot bloei en ontstonden er in Italië stadstaten die steeds meer macht en rijkdom verwierven. Voorbeelden daarvan zijn Venetië, Pisa, Florence, Genua en Milaan.

Aan het eind van de 18e eeuw viel de Franse keizer Napoleon Italië binnen. Hij voegde de stadstaatjes toe aan zijn rijk, maar die toestand duurde niet lang. Bij het Congres van Wenen in 1915 werd bepaald dat de toestand van voor Napoleons inval zou worden hersteld. Italië bestond weer uit een stuk of tien hertogdommen en koninkrijken.

Monument voor Victor Emmanuel II, de eerste koning van het moderne Italië

Geleidelijk ontstond er een beweging die streefde naar eenwording van Italië. In 1861 werd het koninkrijk Italië uitgeroepen met de koning van Sardinië, Victor Emmanuel II, als eerste staatshoofd.

Een obstakel bij de eenwording was de Kerkelijke Staat, een strook van Rome naar de Adriatische Zee, waardoor Italië in tweeën werd gedeeld.

De regio’s Emilia, Umbrië en Marken sloten zich al snel aan bij Italië, maar de paus hield het gebied rond Rome in zijn macht. Dat werd in 1871 door de Italianen veroverd en ze maakten Rome de hoofdstad van hun land.

Italië erkende de onschendbaarheid en de soevereiniteit van de paus, maar de kerkelijk leider kreeg geen gebied toegewezen. De paus weigerde zich hierbij neer te leggen.

De kwestie werd pas in 1929 opgelost, toen de Italiaanse dictator Mussolini Vaticaanstad als onafhankelijk staatje erkende.

[Vervolg: Geschiedenis 2]