Napels

Eerst Napels zien en dan sterven. Dat is een gevleugelde uitdrukking om aan te duiden dat de stad het mooiste is dat je kan zien.

Dat is althans de populaire versie. Volgens de Napolitanen ligt het heel anders: wie Napels heeft gezien moet zeker doorreizen naar een ander stadje waarvan de naam – vrij vertaald – "sterven" betekent.

Hoe dan ook, de stad heeft zonder meer een fraaie ligging aan de Baai van Napels, met dichtbij de vulkaan Vesuvius. De stad werd rond het begin van de jaartelling gesticht door de Grieken die het de naam Neapoli ("Nieuwe Stad") gaven.

Typisch straatje in Napels

Napels is een drukke, levendige stad, met aan de ene kant brede boulevards en aan de andere kant nauwe straatjes en steegjes in de volkswijken. Die straatjes zijn onder meer te vinden achter de Piazza del Plebiscito. Hier hangt eeuwig wasgoed aan de lijn en het is er nooit stil.

De stad heeft veel oude kastelen en paleizen. Op een rotseilandje staat het Castel dell’Ovo uit de 12de eeuw, aan de haven het 13de-eeuwse Castel Nuovo en op een heuvel het Castel Sant'Elmo uit de 14de eeuw. Vanaf die heuvel heb je een prachtig uitzicht over de stad en de Baai van Napels.

Theater

In Napels vind je het op één na grootste theater van Italië, het Teatro San Carlo. Alleen het Scalatheater in Milaan is nog groter. Je verdwaalt gemakkelijk in het ingewikkelde ronde gangenstelsel van dit theater. Je mag er dan ook uitsluitend onder leiding rondlopen. Zonder rondleiding is alleen de zaal zelf toegankelijk, maar die is met 3000 zitplaatsen al indrukwekkend genoeg.

In de Tweede Wereldoorlog werd de stad zwaar beschadigd, zowel door de oprukkende geallieerden als door de zich terugtrekkende Duitsers.

Napels is niet alleen beroemd om de pizza die in deze stad werd uitgevonden (zie Volk en cultuur 2), maar ook om de liedjes in belcantostijl (It.: bel canto: "mooi gezang"). Denk aan "O Sole Mio", "Santa Lucia" en "Torna a Surriento".

Frits Mulder, Taal en tekst.