Politiek 1
De geallieerde bezetters sloten in 1947 een vredesverdrag met Italië. Daarbij verloor het land alle koloniën in Afrika en ook het gebied rond Triëst, dat een internationale status kreeg. Het grootste deel van dat gebied kreeg Italië in 1954 terug.
Vanaf het uitroepen van de republiek (in 1946) hebben de christen-democraten een dominante rol gespeeld in de Italiaanse politiek, maar ze werden vaak uitgedaagd door een sterke Communistische Partij en de socialisten.
In 1947 brachten die de regering aan het wankelen door stakingen en ongeregeldheden in het hele land. De politieke spanningen verminderden enigszins toen de christen-democraten bij de verkiezingen van 1948 de absolute meerderheid behaalden. Die verloren ze overigens weer bij de verkiezingen van 1953.
De Italiaanse politiek was daarna allesbehalve stabiel. Kabinetten volgden elkaar snel op. De christen-democraat Aldo Moro was premier van 1963 tot 1968, maar wel van drie verschillende kabinetten. Hij vestigde een record door met zijn derde regering 832 dagen aan te blijven.
Dat record werd in 1986 verbroken door Bettino Craxi. Sindsdien is het alleen de huidige premier Silvio Berlusconi gelukt langer aan te blijven. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Italië maar liefst 60 kabinetten gekend.
Halverwege de jaren '70 belandde Italië in een economische crisis. De regering kondigde bezuinigingen af in een poging het stijgende inflatiecijfer en het overweldigende tekort op de buitenlandse handelsbalans te verlagen.
De economische neergang, de corruptie en de ontevredenheid met de chaotische politieke situatie dreven de Italianen in de armen van de communisten. Bij de verkiezingen van 1976 kregen de communisten 34% van de stemmen.
Dat was maar iets minder dan de steun voor de christen-democraten, die 38% van de kiezers achter zich kregen. Er kwam dus een coalitie van deze twee partijen, onder leiding van Giulio Andreotti.
Net als in Duitsland nam eind jaren '70 het politieke geweld in Italië sterk toe. Linkse terroristische groeperingen hadden het gemunt op politici, zakenlieden, intellectuelen en leden van de rechterlijke macht. Italië was geschokt door de ontvoering van voormalig premier Aldo Moro in 1978 door de zogeheten Rode Brigades. Bijna twee maanden na z’n ontvoering werd Moro vermoord aangetroffen in de kofferbak van een auto.
[Vervolg: Politiek 2]
