Geschiedenis 1
De voorouders van de Japanners waren hoogstwaarschijnlijk afkomstig van het Aziatische vasteland. Tijdens de IJstijden was het zeeniveau lager dan nu en was er een landverbinding met het Koreaanse schiereiland.
Japanners zelf laten hun geschiedenis beginnen in de 7de eeuw v. Chr. toen ene Jimmu de keizerlijke troon besteeg. Volgens de legende was deze Jimmu een directe afstammeling van de zonnegodin Amaterasu.
Rond het begin van onze jaartelling trokken Mongoolse volken uit China en Zuidoost-Azië naar de Japanse eilanden. Zij introduceerden onder meer nieuwe landbouwmethoden, zoals het verbouwen van rijst op ondergelopen velden, de zogeheten natterijstbouw. Ook namen ze hun godsdienst mee, waarin de verering van goden en voorvaderen centraal stond. Die godsdienst zou zich ontwikkelen tot het shintoïsme (zie Volk en cultuur). Deze volken organiseerden zich in ‘clans’. De Yamato-clan werd de machtigste, omdat de leiders zich erop beriepen directe afstammelingen te zijn van keizer Jimmu. Ze onderwierpen veel andere clans en stichtten een Japanse kolonie op het Koreaanse schiereiland. Vanaf die tijd trokken veel Chinezen naar Japan. De cultuur van de Chinese immigranten drukte een zwaar stempel op Japan. Zo werd het Chinese schrift ingevoerd en ook het boeddhisme.
In 645 maakte keizer Naka no Oe (later veranderde hij zijn naam in Tenji) een einde aan de macht van de clans. Alle grond kwam in handen van de staat (lees: de keizer). De boeren kregen het in bruikleen en moesten belasting betalen aan de keizer. In 794 verplaatste keizer Kammu de hoofdstad naar Heian-kyo (het huidige Kyoto). Het zou meer dan duizend jaar de zetel van de keizer blijven. Opeenvolgende keizers breidden het grondgebied van Japan gestaag uit. Alleen het noordelijke eiland Hokkaido bleef in handen van de oorspronkelijke bevolking, de Ainu (die daar nog steeds leven).
De militaire leiders van de exercities tegen de Ainu kregen de titel sei-i-tai shogun, meestal afgekort tot shogun. Het betekent letterlijk: "opperste generaal ter onderwerping van de barbaren". Die shoguns kregen veel macht, verschillende families controleerden grote delen van Japan. In feite was daarmee de situatie van de clans hersteld. De functie van de keizer werd een ceremoniële.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
