Geschiedenis 2
[Vervolg van Geschiedenis 1]
Aan het eind van de 12de eeuw brak er een burgeroorlog uit tussen twee machtige clans: de Minamoto’s en de Taira’s. De Minamoto-clan won en hun leider Minamoto Joritomo kreeg de titel shogun. Na zijn dood kwam de macht in handen van de familie van zijn vrouw, de Hojo-clan. De Hojo’s regeerden streng maar rechtvaardig. Ze verplichtten rijke landeigenaren tot het betalen van hoge belastingen en ze controleerden het gedrag van de grootgrondbezitters tegenover hun pachters. In die tijd werd ook het sobere zen-boeddhisme in Japan geïntroduceerd.

In de 13de eeuw probeerden Mongolen tot twee maal toe Japan te veroveren. In die tijd was Mongolië een wereldrijk dat zich uitstrekte van de Chinese Zee tot aan Constantinopel (Istanbul). Zowel in 1274 als in 1282 werden deze Mongoolse invasies verijdeld door een plotseling opstekende tyfoon of "goddelijke wind" (kamikaze). Althans, zo wil de legende. Latere onderzoekingen toonden aan dat de Mongoolse schepen nauwelijks zeewaardig waren.
In 1326 weigerde keizer Go-Daigo afstand te doen van de troon, zoals hij volgens de wet verplicht was. Hij werd verbannen, maar kwam zeven jaar later terug met steun van het leger van shogun Ashikaga Takauji. Die shogun had echter zo zijn eigen plannen. Drie jaar later zette hij de keizer af en plaatste een ander op de troon. Deze keizer – Komio – regeerde slechts in naam over noordelijk Japan; de werkelijke macht lag bij de Ashikaga-clan. Er brak een periode aan van voortdurende strijd om de macht.
In 1573 werd Ashikaga uiteindelijk verslagen door Oda Nobunaga, een legerleider. Hij wordt gezien als de grondlegger van het moderne Japan. Nobunaga voerde levendige handel met de Portugezen en was zeer geïnteresseerd in techniek en geneeskunst die door jezuïetenmissionarissen was geïntroduceerd. Nobunaga werd in 1582 vermoord. Zijn opvolger probeerde de macht van Japan uit te breiden naar het Aziatische vasteland. Hij veroverde Korea, maar werd door de Chinezen tegengehouden en uiteindelijk verslagen.
Na deze nederlaag trok Japan zich in zichzelf terug. Onder de Tokugawa-clan werden contacten met het buitenland beperkt. Alleen Chinezen, Koreanen en Hollanders kregen toestemming om handel te drijven. Maar de Koreanen mochten niet verder komen dan het eiland Tsushima, de Chinezen waren uitsluitend aangewezen op de haven van Nagasaki en de Hollanders mochten alleen op een kunstmatig eilandje in die haven hun handel slijten. Edo, het huidige Tokyo, werd de onofficiële hoofdstad van Japan. Onofficieel, omdat de zetel van de keizer in Kyoto bleef.
In die tijd werd ook een kastenstelsel ingevoerd. Bovenaan stonden de samoerai, een kaste die bestond uit krijgsheren, landeigenaren en intellectuelen. Daarna kwamen de boeren, dan de ambachtslieden en ten slotte handelaren. Maar Japan ontwikkelde steeds meer een moderne (geld)economie. De ironie wil dat daardoor de handelaren steeds rijker werden en de samoerai steeds armer. Daardoor was het kastenstelsel uiteindelijk onhoudbaar.
[Vervolg: Geschiedenis 3]
