Moderne politiek 2

[Vervolg van Politiek 1]

In de volgende jaren bekeken de westerse landen Japan met een mengeling van bewondering en afgunst. Het land exporteerde enorme aantallen goederen: auto’s, elektronische apparatuur, schepen en hoge kwaliteit staal. Door de lage koers van de Japanse munteenheid –de yen– waren die goederen goedkoop. In 1985 werd premier Nakasone door de belangrijkste industrielanden (VS, Groot-Brittannië, Duitsland en Italië) gedwongen om de koers van de yen aan te passen. Volgens velen in Japan legde dat de basis voor de diepe economische crisis waarin het land vervolgens belandde (zie verder bij Economie).

In januari 1989 overleed keizer Hirohito. Hij had 62 jaar op de troon gezeten. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Akihito. De LDP verloor aanhang door (opnieuw) corruptieschandalen, de economische teruggang en onenigheid binnen de partij. In 1993 won een coalitie van acht oppositiepartijen de verkiezingen. Daarmee kwam een eind aan de politieke hegemonie van de LDP. Maar die partij zat een jaar later al weer in een coalitieregering. In deze jaren was politieke stabiliteit ver te zoeken. Partijen hadden onderlinge onenigheid, politici braken met hun partij en richtten nieuwe op en de ene coalitieregering volgde op de andere.

De rust keerde pas weer met de hervormingsgezinde en charismatische Koizumi Junichiro, die in 2001 leider werd van de LDP. In oktober 2003 behaalde zijn partij geen meerderheid in het parlement, maar doordat drie onafhankelijke parlementsleden zich bij de LDP aansloten, kwam de LDP op precies de helft van het aantal zetels uit. Koizumi bleef premier van een coalitieregering met twee kleinere partijen.

De relatie met China liep in 2003 een flinke deuk op door een orgie in een hotel in de Chinese stad Zhuhai. Niet zozeer de orgie zelf als wel het feit dat die samenviel met de herdenking van de Japanse bezetting van China deed de anti-Japanse sentimenten hoog oplaaien.

In de jaren daarna namen die gevoelens alleen maar toe. China en Zuid-Korea protesteerden tegen geschiedenisboeken waarin de Japanse wreedheden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verdoezeld. In Chinese steden kwam het tot massademonstraties tegen Japan. De anti-Japanse stemming groeide verder door bezoeken van premier Koizumi aan de Yasukuni-tempel in Tokyo, waar de Japanse oorlogsdoden worden herdacht. Verder ruziede Japan met China en Zuid-Korea over territoriale aangelegenheden.

In 2005 speelde Koizumi hoog politiek spel. Zijn voorgestelde privatisering van de Postbank stuitte op verzet bij een deel van zijn partij. Koizumi schreef vervroegde verkiezingen uit en beval tegenstanders van zijn plannen de LDP te verlaten. De verkiezingen van september 2005 werden een grote overwinning voor de LDP. De partij veroverde een absolute meerderheid in het parlement, maar bleef doorregeren met coalitiepartner Nieuw Komeito.

Het reglement van de LDP bepaalde dat Koizumi in 2006 plaats moest maken voor een opvolger; dat werd Shinzo Abe, die op 26 september 2006 door de Diet (het Japanse parlement) werd verkozen tot minister-president. Nog geen jaar later (op 12 september 2007) trad Abe al weer af, na maanden van oplopende politieke druk; hij werd opgevolgd door Yasuo Fukuda.

Frits Mulder, Taal en tekst.