Geschiedenis 2
[Vervolg van Geschiedenis 1]De onafhankelijkheid van Marokko kwam pas in gevaar nadat de Fransen in 1830 Algerije waren binnengevallen.
Marokko steunde het Algerijnse verzet en daarom voerde het Franse leger een strafexpeditie uit tegen de Marokkanen. In 1844 werd het Marokkaanse leger verslagen.
Intussen had Spanje de hele noordelijke kuststrook van Marokko bezet. In 1904 werden Frankrijk en Spanje het eens over een verdeling van de invloedssferen. Behalve het noorden kreeg Spanje zeggenschap over een zuidelijk gebied dat bekend werd als de Spaanse Sahara (nu: Westelijke Sahara).
De Marokkanen kwamen massaal in opstand tegen de Franse en Spaanse overheersing. Pas in 1934 had Frankrijk het gebied onder controle, maar het streven naar onafhankelijkheid hebben de Marokkanen nooit opgegeven.
Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog raakte de kwestie van de onafhankelijkheid tijdelijk op de achtergrond, maar al meteen na de oorlog werd een politieke partij opgericht (de Istiqlal) die streefde naar onafhankelijkheid.
De partij werd gesteund door sultan Mohammed V, die steeds vaker weigerde Franse maatregelen te bekrachtigen. Dat vond Frankrijk zo lastig, dat de sultan in 1953 werd afgezet en verbannen.
Twee jaar later besloot Frankrijk af te zien van zijn aanspraken op Marokko en mocht de sultan terugkeren. Op 2 maart 1956 werd het land onafhankelijk. Spanje weigerde twee noordelijke enclaves —Ceuta en Melilla— en de Spaanse Sahara op te geven.
(Zie voor ontwikkelingen na de onafhankelijkheid: Moderne politiek)
Frits Mulder, Taal en tekst.
