Meknès

Niet ver ten westen van Fès ligt Meknès. De stad was maar korte tijd hoofdstad (van 1675 tot 1728), maar er zijn veel paleizen gebouwd. Dat gaf Meknès de bijnaam "het Versailles van Marokko".

Meknès telt ongeveer 400.000 inwoners, en is daarmee de vijfde stad van Marokko.

In Meknès zijn drie stadsdelen te onderscheiden: de medina, de kasba en de Ville Nouvelle.

Bab Masour el-Aleuj, een van de toegangspoorten tot Meknès

De medina, gelegen in het noordwesten van Meknès, is de oude stad. Zij wordt omgeven door een stadsmuur met verschillende, vaak fraai versierde toegangspoorten. De bekendste stadspoort is wel de Bab Mansour el-Aleuj uit de 18de eeuw, te zien op de afbeelding hierboven.

De kasba in het zuiden is de "koninklijke stad", eveneens omgeven door muren. Hier bevinden zich paleizen als Dar el-Machzen (gebouwd in de 17de en 18de eeuw), het "waterhuis" Dar el-Ma, en het mausoleum van Moulai Ismaïl, de grote sultan die regeerde van 1672 tot 1727. Hij maakte Meknès tot zijn residentie en was verantwoordelijk voor diverse grote bouwprojecten die de Meknès veranderden van een klein dorp tot een belangrijke stad. Ook verdreef hij de Engelsen uit Tanger.

De Ville Nouvelle ("Nieuwe Stad") tenslotte is gelegen in het noordoosten van Meknès, op de rechteroever van de Wadi (rivier) Boufekrane.

Volubilis

Bij zijn bouwprojecten maakte Moulai Ismaïl veel gebruik van materialen die afkomstig waren uit de Romeinse stad Volubilis, gelegen op enkele kilometers van Meknès.

De stad werd gesticht in de 3de eeuw v. Chr., maar raakte in verval nadat de Romeinen zich terugtrokken uit de provincie Mauretania (3de eeuw n. Chr.).

Wie geïnteresseerd is in Romeinse architectuur, moet zeker een bezoek brengen aan Volubilis; tot de hoogtepunten behoren de triomfboog, de basiliek en verschillende goed-bewaarde mozaïeken, waaronder dat van "Diana en de badende nymfen".

 

Tip: