Moderne politiek 1

Afstammelingen van Ali

Vanaf de 17e eeuw wordt Marokko geleid door sultans van de Alawieten-dynastie.

Volgens de overlevering zijn de Alawieten directe afstammelingen van Ali, de schoonzoon van de profeet Mohammed.

Deze heilige afstamming maakte de sultans en de latere koningen ook de geestelijke leiders van het volk. Dat is tot op de dag van vandaag zo.
In 1957 nam sultan Mohammed V de titel van koning aan, waardoor Marokko een koninkrijk werd. Vier jaar later overleed de koning; hij werd opgevolgd door zijn zoon Hassan II.

In de eerste jaren na de onafhankelijkheid was de binnenlandse situatie nogal verward.

De leden van de Istiqlal waren niet zo eensgezind als voor de onafhankelijkheid en de beweging viel uiteen in een traditionele stroming en een linkse partij onder leiding van Mahdi ben Barka.

Daarnaast kwam er een koningsgezinde partij —de Mouvement Populaire— die vooral op het platteland veel aanhang kreeg.

Koning Hassan trok steeds meer macht naar zich toe. Dat leidde in 1965 tot een opstand van studenten in Casablanca. Bij de rellen werden zo'n honderd demonstranten gedood. Hassan ontbond daarop het parlement en kondigde de noodtoestand af. Politieke vrijheden werden aan banden gelegd.

De absolute monarchie tijdens het bewind van Hassan II is indringend beschreven in het boek Een bevriend staatshoofd van de Franse journalist Gilles Perrault (Ambo, 1992).

Tot twee keer toe is Hassan ontsnapt aan een aanslag op zijn leven. In 1971 werd zijn paleis in Rabat bestormd door opstandelingen; een jaar later werd het koninklijke vliegtuig beschoten. Beide pogingen tot staatsgreep kwamen voort uit het leger.

Omdat hij niet meer kon rekenen op de absolute steun van het leger, zocht Hassan naar een manier om het volk aan zich te binden. Die vond hij in het "marokkaniseren" van de economie. Hij nationaliseerde buitenlands grondbezit en verdeelde die onder kleine boeren.

Vervolgens leidde hij de aandacht af van binnenlandse problemen door aanspraken te maken op de Spaanse Sahara.

Spanje legde de kwestie voor aan het Hooggerechtshof in Den Haag. Dat erkende de historische banden tussen Marokko en de Spaanse Sahara, maar bepaalde tevens dat de Saharaanse bevolking het recht had om in een referendum over de eigen toekomst te beslissen.

[Vervolg: Politiek 2]