Economie

Van oudsher is Nieuw-Zeeland een agrarisch land met de nadruk op schapenwol, vlees en zuivelproducten. Die landbouwproducten werden tot 1973 voornamelijk geëxporteerd naar Groot-Brittannië. Toen dat land lid werd van de Europese Gemeenschap, viel die afzetmarkt weg. Dat veroorzaakte een diepe economische crisis, die nog werd versterkt door de sterk gestegen olieprijzen.

Nieuw-Zeeland moest zich bezinnen op zijn positie in de wereld en nieuwe afzetgebieden vinden. De rol van de overheid in de economie was erg groot, vooral op het gebied van lonen en prijzen. Verder waren veel bedrijven staatseigendom en werden vele sectoren zwaar gesubsidieerd.

Sinds 1984 is daar verandering in gekomen. De economie werd geliberaliseerd, waarbij de bescherming van de industrie en de landbouw grotendeels werd opgeheven. Verder werden onder meer het telecommunicatiebedrijf, de Bank of New Zealand en een deel van de spoorwegen geprivatiseerd. Toch zijn er nog wel enkele sectoren die staatseigendom blijven. State-owned Enterprises zijn onder meer energiebedrijven en de posterijen.

Al die maatregelen hebben ertoe geleid dat de industrie en de (financiële) dienstensector sterk zijn gegroeid. Die sectoren hebben nu een groter aandeel in het Bruto Nationaal Product dan de landbouw, maar agrarische producten spelen nog steeds een belangrijke rol in de export.

Omdat de export naar Groot-Brittannië sterk afnam, richtte Nieuw-Zeeland de aandacht steeds meer op landen "in de buurt". De grootste handelspartners zijn Australië, de Verenigde Staten, China en Japan. Verder heeft het land vrijhandelsakkoorden gesloten met Singapore en Thailand, en voert het daarover onderhandelingen met China en de landen in Zuidoost-Azië (ASEAN).

Tussen 2001 en 2005 kende de Nieuw-Zeelandse economie een behoorlijke groei van zo’n 4% per jaar. Vanaf medio 2005 viel de groei terug, wat werd veroorzaakt door hoge wisselkoersen, hoge rentetarieven, een teruglopende immigratie en hoge huizenprijzen. Nieuw-Zeeland heeft al enige tijd een tekort op de handelsbalans, doordat het land olie, machines, auto’s en elektrische apparaten moet invoeren.

Vergeleken met andere ontwikkelde landen speelt de landbouw nog steeds een grote rol in de economie. Wel is de productie meer divers geworden; naast vlees, zuivelproducten en wol exporteert Nieuw-Zeeland nu onder meer fruit, wijn en hout. De Nieuw-Zeelandse wijnen zijn sterk in opkomst. Bekende wijnstreken zijn Northland, Bay of Plenty en Hawke’s Bay op het Noordereiland, en Marlborough en Nelson op het Zuidereiland.

Nieuw-Zeeland wil een centrum van kennis worden. Zo wordt er veel verwacht van de stimulering van biotechnologie. Een probleem daarbij is wel dat veel jonge hoogopgeleide Nieuw-Zeelanders tijdelijk of voorgoed naar het buitenland vertrekken (zie Volk en cultuur).

Toerisme

Nieuw-Zeeland wordt steeds populairder als vakantie-bestemming. Het land ontvangt zo’n 2,5 miljoen buitenlandse bezoekers per jaar; de grootste groep wordt gevormd door Australiërs. In 2005 bezochten 26.000 Nederlanders Nieuw-Zeeland.

Nieuw-Zeeland: Waxeye (foto © Jenny Rollo)

De grootste attractie van het land is het natuurschoon. Niet zo verwonderlijk, want het ruige landschap stond centraal in vele tv-series en films, onder meer in de filmtrilogie The Lord of the Rings.

Verder bezoeken veel toeristen steden als Auckland en Wellington. Om de Maoricultuur op te snuiven, ga je naar Rotorua.

Frits Mulder, Taal en tekst.