Geschiedenis 1

De eerste bewoners van Nieuw-Zeeland waren afkomstig uit Polynesië. Vanaf de 10de eeuw emigreerden zij naar het Noorder- en Zuidereiland en ontwikkelden eigen culturen: Moriori en Maori. Deze oorspronkelijke bewoners jaagden op een vleugelloze vogel, de moa die verwantschap vertoonde met de struisvogel. Rond 1500 was de moa uitgestorven.

De Maori’s waren nogal oorlogszuchtig en raakten geregeld slaags met de Moriori’s, die zich terugtrokken op de Chatham Eilanden ten oosten van Nieuw-Zeeland. Ook de Moriori’s zijn uitgestorven: in 1933 overleed de laatste volbloed Moriori.

De eerste Europeaan die de eilanden bezocht, was Abel Tasman. Deze Nederlandse ontdekkingsreiziger landde in december 1642 op de noordelijke kust van het Zuidereiland.

De Maori’s waren niet bepaald vriendelijk, waarop Tasman koers zette naar Tonga. Hij schetste nog wel de westkust van de eilanden en noemde het aanvankelijk Statenland. Dit werd later veranderd in Nieuw-Zeeland.

Pas in 1769 kwam er weer een Europeaan langs, de Engelsman James Cook. Hij knoopte wel vriendschappelijke betrekkingen aan met de Maori’s. Door zijn enthousiaste verhalen besloten Europese handelaren, walvisjagers en missionarissen naar het nieuwe gebied te trekken.

De Maori’s maakten kennis met het musketgeweer waar ze grote hoeveelheden goederen voor over hadden. Daardoor ontstonden oorlogen tussen stammen die de geweren in bezit hadden en stammen zonder musketten.

In 1840 tekende de Britse regering een overeenkomst met de Maori’s: het Verdrag van Waitangi. Auckland werd de hoofdstad en de Maori’s droegen de soevereiniteit over aan Groot-Brittannië in ruil voor erkenning van hun grondbezittingen.

Dat leek goed geregeld, maar was het niet: de Maori’s dachten dat alle Nieuw-Zeelandse grond van hen was; de Britten vonden dat alleen de grond die ze op dat moment verbouwden van de Maori’s was.

[Vervolg: Geschiedenis 2]