Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

De breuk met Denemarken werd veroorzaakt door… Napoleon.

De Denen zagen wel brood in het Napoleontische stelsel dat handel met de Britten –hun grootste concurrenten op de graanmarkt– verbood. De Noren hadden juist uitstekende handelsbetrekkingen met Engeland.

Na de nederlaag van Napoleon in 1814 bedachten de toenmalige grote mogendheden dat Noorwegen wel bij Zweden gevoegd kon worden. Daar waren de Noren het niet mee eens.

De Deense prins Christiaan was stadhouder in Noorwegen en had zich daar bij de nationalisten geliefd weten te maken. Hij werd tot Noorse koning gekozen, maar al ruim vijf maanden na zijn kroning moest hij het hoofd buigen voor de nieuwe Zweedse koning Karel XIII.

Koninklijk paleis in Oslo

Toch werden Noorwegen en Zweden niet één land, het werden twee aparte koninkrijken met dezelfde koning, maar met een eigen regering en parlement. Zo kon het Noorse parlement in 1821 de adel afschaffen. Dat was zeer tegen de zin van de Zweden en ongehoord in het Europa van die tijd. De Noren gingen duidelijk hun eigen gang.

In 1905 kwam het tot een breuk toen Zweden Noorwegen het recht ontzegde op een eigen buitenlandse politiek.

De Noorse ministers namen ontslag en de Zweedse koning kon geen enkele Noor bereid vinden zitting te nemen in een nieuw kabinet. Het Noorse parlement schreef daarop een volksstemming uit over de vraag of het land een republiek moest worden.

Het antwoord daarop was negatief, de meerderheid van de Noren wilde een koninkrijk, maar niet onder de Zweedse koning. Een Deense prins was bereid de troon te aanvaarden en hij werd eind 1905 gekroond als koning Haakon VII.

In 1919 kregen alle Noren kiesrecht en al gauw werd de arbeidersbeweging een machtige factor. Na de verkiezingen van 1928 kwam er voor het eerst een socialistische regering, die overigens al gauw tot afttreden werd gedwongen.

De socialisten waren wat al te hard van stapel gelopen met een regeringsverklaring waarin volledige socialisering en ontwapening van Noorwegen werden aangekondigd.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog trachtte Noorwegen neutraal te blijven, maar de Duitsers vielen het land toch binnen. De koning weigerde zich over te geven, week uit naar Londen en leidde daar een regering in ballingschap.

(Zie voor de periode na de Tweede Wereldoorlog: Moderne politiek)

Frits Mulder, Taal en tekst.