Economie en toerisme

Na de Tweede Wereldoorlog werden veel Oostenrijkse bedrijven genationaliseerd, o.m. banken, de mijnbouw en de olie- en machine-industrie. De Oostenrijkse economie bestond daardoor lange tijd uit een mix van private en publieke ondernemingen.

In 1987 kwam daar verandering in, toen de overheid besloot aandelen van de publieke bedrijven te verkopen aan particuliere investeerders.

De Oostenrijkse Alpen zijn rijk aan delfstoffen, vooral ijzererts, zwavel, zink, grafiet en lood. Mijnbouw speelde vroeger een belangrijke rol in de economie, maar tegenwoordig niet meer. Van het Bruto Nationaal Product levert de mijnbouw 0,2%.

Energie

De rivieren en meren in de Alpen worden gebruikt voor opwekking van energie: de meeste elektriciteitscentrales in Oostenrijk zijn waterkrachtcentrales. Toch leveren die niet voldoende energie; Oostenrijk moet ruim 70% van zijn elektriciteit importeren (vooral uit Oekraïne en Rusland).

In Oostenrijk wordt aardolie en aardgas gewonnen, maar het gaat om bescheiden hoeveelheden. Wel heeft het land een olieverwerkende industrie. De raffinaderijen voeren hun grondstof aan via de Trans Alpine oliepijpleiding, die van de Italiaanse havenstad Triëst naar Wenen en Ingolstadt (in Duitsland) loopt.

De landbouw voorziet voor 90% in de Oostenrijkse behoefte. Veel traditionele landbouwbedrijven kunnen alleen maar voortbestaan door neveninkomsten uit het toerisme.

De wijnexport kreeg in 1985 een gevoelige klap, die Oostenrijk nog steeds niet helemaal te boven is. In dat jaar werd bekend dat Oostenrijkse wijnboeren antivries aan hun product toevoegden, om de wijnen "voller" te maken. Na dit schandaal is de wijnwetgeving aangescherpt. Oostenrijk heeft nu de strengste wijnwetten van Europa.

Transportsector

Oostenrijk heeft naast een uitstekend spoor- en wegennet de beschikking over een van de belangrijkste waterwegen van Europa, de Donau. De binnenvaart op die rivier is belangrijk toegenomen na de totstandkoming van het Rijn-Main-Donaukanaal in de jaren tachtig. Het doorvoerverkeer tussen Oost-Europa en het Westen is voor Oostenrijk van groot belang. Sinds de val van het communisme is dat verkeer enorm toegenomen.

Dat roept overigens ook verzet op. Actievoerders hebben zich verenigd in het zogenoemde Transitforum, dat het wegverkeer in Oostenrijk wil beperken. Het forum eist dat goederen als graan, aarde, ijzer en auto’s per spoor of over water worden vervoerd. De actiegroep heeft al wegblokkades georganiseerd om de eisen kracht bij te zetten.

Veel internationale bedrijven hebben een vestiging geopend in Wenen om de nieuwe markten in Oost-Europa te bedienen. Wenen is ook in trek als vestigingsplaats voor internationale organisaties. De Organisatie van Olie Exporterende Landen (OPEC) heeft er zijn hoofdkantoor, evenals het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), dat toeziet op vreedzaam gebruik van kernenergie.

Toerisme

Het toerisme levert veel inkomsten op en is van groot belang voor de Oostenrijkse economie. In 2003 kwamen er 19 miljoen buitenlanders vakantie vieren in Oostenrijk. Daarmee staat het op de wereldranglijst van vakantielanden op de zevende plaats. Oostenrijk is een populaire wintersportbestemming. In de zomermaanden is het land aantrekkelijk voor wandelaars en bergbeklimmers. Daarnaast zijn stedentrips naar Wenen in trek.

Alpenhuisje

Aan de toenemende toeristenstroom zijn ook nadelen verbonden. Skipistes hebben vaak een verwoestend effect op de natuur. Voor de aanleg van pistes worden bomen gekapt en door de aangestampte sneeuw wordt de grond eronder ondoordringbaar. Regen- en smeltwater dringt niet door in de grond maar stroomt in een snel tempo naar beneden.

Toeristen laten ook afval achter in de bergen. Oostenrijk heeft maatregelen genomen om dat probleem te lijf te gaan. Uitbaters van berghutten zijn verplicht om vuilnis naar het dal af te voeren en het afvalwater te zuiveren.

Frits Mulder, Taal en tekst.