Geografie

Oostenrijk is een relatief klein land (83.858 km2) in het centrale deel van Europa; het grenst nergens aan zee.

In het noorden wordt Oostenrijk begrensd door Duitsland en Tsjechië, in het oosten door Slowakije en Hongarije, in het zuiden door Slovenië en Italië en in het westen door Zwitserland en Liechtenstein.

"Land der Berge, Land am Strome". Dat is de eerste regel van het Oostenrijkse volkslied. Tweederde van het landoppervlak wordt ingenomen door de Alpen, die in het westen, midden en zuiden van het land liggen.

De Achensee in het Oostenrijkse Tirol

Het noorden van het land is lager, maar de heuvels daar zijn toch nog tot zo’n 1000 meter hoog: het Österreichische Alpenvorland.

Daar ligt ook het dal van de op een na grootste rivier van Europa, de Donau. Bijna heel Oostenrijk behoort tot het stroomgebied van deze rivier. Dat wil zeggen dat het water van bijna alle rivieren en beken in het land uiteindelijk in de Donau terechtkomt.

De Donau is een belangrijke rivier voor de scheepvaart en vormt een directe verbinding met de Zwarte Zee. Andere belangrijke rivieren zijn de Inn, de Traun, de Enns, de Mur en de Mürz.

De enige laagvlakte van Oostenrijk ligt in het oosten, een uitloper van de Kleine Hongaarse Laagvlakte.

Daar ligt ook het grootste meer van het land, de ondiepe Neusiedler See met een oppervlakte van 356 km2. Een klein deel van het meer ligt in Hongarije. De Neusiedler See is het laagste punt van Oostenrijk (115 m); het hoogste punt is de Grossglockner (3797 m).

Oostenrijk kent één grote stad: de hoofdstad Wenen in het noordoosten, met ruim anderhalf miljoen inwoners. De tweede stad van het land, Graz in het zuidoosten, heeft veel minder inwoners: ruim 225.000. Andere bekende steden zijn Innsbruck, Linz en Salzburg.

Kaart van Oostenrijk met de belangrijkste steden

Door zijn ligging speelt Oostenrijk een belangrijke rol als verbindingsschakel tussen Oost- en West-Europa (zie verder Economie en toerisme).

Frits Mulder, Taal en tekst.