Linz

Linz, of voluit: Linz an der Donau, telt een kleine 210.000 inwoners. De hoofdstad van het bondsland Oberösterreich is daarmee de op twee na grootste stad van Oostenrijk (na Wenen en Graz).

Linz ligt aan weerszijden van de rivier de Donau, op een hoogte van 264 m boven de zeespiegel.

In de buurt van het huidige Linz bevond zich vroeger een Keltische nederzetting die door de Romeinen Lentia werd genoemd, en die door hen werd uitgebouwd tot een vestingstad.

Linz kreeg stadsrechten in het jaar 1288. Door de strategische ligging aan de Donau groeide de stad uit tot een belangrijk handelscentrum.

Linz an der Donau, de op twee na grootste stad van Oostenrijk


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Linz ernstig beschadigd door geallieerde bombardementen, maar in het oude centrum zijn toch veel historische gebouwen en monumenten bewaard gebleven.

De Hauptplatz, het marktplein uit de 13de eeuw, vormt het hart van de oude stad. Rondom dit plein bevinden zich allerlei monumentale panden met barokke gevels.

Een van de fraaiste panden is het oude stadhuis, waarin zich tegenwoordig het Museum LinzGenesis bevindt. Zoals de naam (letterlijk: "Linz-wording") al aangeeft, is dit museum gewijd aan de geschiedenis van de stad Linz.

Een ander belangrijk museum is de Neue Galerie. Hier vindt men een uitgebreide verzameling 19de- en 20ste-eeuwse Oostenrijkse kunst, met onder andere werken van Gustav Klimt en Egon Schiele.

Verder telt Linz veel kerken, waaronder de jezuïetenkerk St.-Ignatius (ook wel Alter Dom genoemd), die tussen 1669 en 1678 werd gebouwd, en de St.-Martinskerk (een van de oudste kerken in Oostenrijk).

Ook het Landhaus (1564–1571) en het slot dat in de 15de eeuw voor keizer Frederik III werd gebouwd, zijn het bezichtigen waard.

Na de Tweede Wereldoorlog was Linz verdeeld in een Amerikaanse en een Russische bezettingszone; deze bezetting duurde tot 1955.

Economisch is Linz tegenwoordig vooral van belang door zijn industrie, en door zijn functie als belangrijkste binnenhaven van Oostenrijk.