Moderne politiek 1

Na de Tweede Wereldoorlog waren de geallieerden (de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie) het aanvankelijk niet eens over wat er met Oostenrijk moest gebeuren.

De westerse landen zagen Oostenrijk als slachtoffer van het Duitse nazi-regime, de Russen vonden dat de Oostenrijkers de nazi’s actief hadden gesteund. Pas in de jaren '90 werd die actieve rol erkend door de toenmalige Oostenrijkse premier Vranitzky.

Geallieerde bezetting

Door deze patstelling tussen de westerse mogendheden en Rusland bleef Oostenrijk tot 1955 bezet. Toen ging Rusland overstag. Oostenrijk sloot een vredesverdrag met de geallieerden en beloofde in de toekomst een strikte neutraliteit in acht te nemen. Alle bezettingstroepen trokken zich terug. In december 1955 trad Oostenrijk toe tot de Verenigde Naties.

Overigens had de Oostenrijkse regering tijdens de geallieerde bezetting vrijwel alle normale bevoegdheden. Al meteen na de oorlog – in 1945 – werden er verkiezingen gehouden.

Die werden gewonnen door de christen-democratische Österreichische Volkspartei (ÖVP). De Sozialistische Partei Österreichs was een goede tweede. Door dit resultaat kon alleen een rooms-rode coalitie worden gevormd. Die zou 21 jaar onafgebroken aan de macht blijven.

Na een kabinetscrisis en de verkiezingen die daarop volgden, gingen de christen-democraten in 1966 alleen regeren. In de volgende verkiezingen van 1970 werd de socialistische partij de grootste, maar niet met een absolute meerderheid in het parlement. Die verkregen ze bij verkiezingen in 1971.

De heerschappij van de socialisten onder leiding van kanselier Bruno Kreisky duurde tot 1983. In dat jaar trad Kreisky af, nadat de socialisten hun meerderheid hadden verloren. De SPÖ bleef wel doorregeren, in een coalitie met de conservatief-liberale Vrijheidspartij (Freiheitliche Partei Österreichs – FPÖ).

Die samenwerking kwam in 1986 ten einde toen de nieuwe leider van de FPÖ – Jörg Haider – een rechts-radicale koers uitzette. Daarna kende Oostenrijk tot 1999 weer de traditionele rooms-rode coalities.

Waldheim

In 1986 ontstond er grote beroering in de Oostenrijkse politiek met internationale consequenties. Kurt Waldheim stelde zich kandidaat voor het presidentschap. Hij was secretaris-generaal geweest van de Verenigde Naties en gold als een behoudende, maar integere politicus.

Tijdens zijn verkiezingscampagne werd echter bekend dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als officier in het Duitse leger waarschijnlijk betrokken was geweest bij executies in Joegoslavië.

Toen Waldheim desondanks de presidentsverkiezingen won, kwam Oostenrijk internationaal in een politiek isolement. Verscheidene landen lieten weten geen prijs te stellen op een bezoek van de Oostenrijkse president.

In Oostenrijk zelf werden felle discussies gevoerd tussen voor- en tegenstanders van Waldheim. Daarbij kwam het niet zelden tot openlijke uitingen van jodenhaat. Rechtse groeperingen stelden de joden verantwoordelijk voor de "lastercampagne" tegen Waldheim.

[Vervolg: Politiek 2]