Economie

Tot de Tweede Wereldoorlog was Polen een uitgesproken agrarisch land. De communisten brachten daar verandering in door op grote schaal industrialisatie door te voeren. Collectivisering van de landbouw is ze niet gelukt, omdat de meeste Poolse boeren weigerden daaraan mee te werken.

De Poolse economie worstelt nog met de erfenis van de communisten, die zeer eenzijdig waren gericht op ontwikkeling van zware industrie. Dienstverlening kwam in die tijd nauwelijks van de grond, terwijl daar nu in de vrije markt veel behoefte aan is.

Op het eerste gezicht doet Polen het helemaal niet zo slecht met een economische groei van 3 tot 4 procent per jaar. Maar andere voormalige Oostblok-landen doen het beter. De Poolse economie heeft wel een stevige impuls gekregen door de toetreding tot de EU. Dat heeft zich nog niet vertaald in een daling van de werkloosheid: in 2005 zat 17% van de Poolse beroepsbevolking zonder werk.

Hoewel de bijdrage van de landbouw aan de economie sterk is teruggelopen, profiteren Poolse boeren wel van de aansluiting bij de EU. Ze kunnen hun producten daardoor makkelijker verkopen op de Europese markt.

Ook de autosector groeit door het EU-lidmaatschap. Producenten als Fiat, Volkswagen en Toyota hebben fabrieken in Polen opgezet. Het land is aantrekkelijk door de lage lonen die er worden betaald (gemiddeld 500 euro per maand, het minimumloon ligt maar net boven 200 euro).

De bouwsector zal de komende jaren sterk groeien. Polen heeft heel wat in te halen op het gebied van woningbouw en de aanleg van wegen.

Silezië: mijnbouw

Polen is rijk aan delfstoffen, die vooral gewonnen worden in Silezië, in het zuiden. Die mijnstreek is daarom ook het centrum van de zware industrie. Polen staat voor de taak de verouderde fabrieken te moderniseren. Niet alleen om de concurrentie met andere landen beter aan te kunnen, maar ook om de enorme milieuvervuiling te lijf te gaan. Na de invoering van het kapitalisme werd gevreesd dat de sanering Silezië zwaar zou treffen, maar dat blijkt mee te vallen. De herstructurering van de industrie wordt geleidelijk doorgevoerd en bovendien groeide juist hier de dienstensector sterk.

Gdańsk is behalve havenstad ook een belangrijke stad voor de scheepsbouw en machine-industrie. De stad Łódź ten zuidwesten van Warschau is het centrum van de textielindustrie.

Toerisme

In 1978 (dus nog onder de communisten) bezochten ruim 10 miljoen toeristen Polen. De meeste toeristen kwamen uit andere Oostbloklanden. Door de onrust in de jaren '80 (zie Moderne politiek) stortte de toeristenmarkt volledig in, maar na de val van het communisme trok die weer aan.

Nu bezoeken jaarlijks zo’n 20 miljoen toeristen Polen. De badplaatsen aan de Oostzee zijn zeer in trek, net als de merengebieden in Noord-Polen. De bergen in het zuiden trekken het hele jaar door toeristen. Zakopane is daar een belangrijke wintersportplaats.

De bijzonder fraai herstelde binnenstad van Warschau is een populaire bestemming voor een korte stedentrip, net als het ongeschonden, historische hart van Kraków.

Ook de trieste geschiedenis van de joden in Polen is van belang voor het toerisme. Veel concentratiekampen van de nazi’s lagen in het huidige Polen. Het bekendste kamp is Auschwitz (Oświęcim in het Pools), ten westen van Kraków.

Frits Mulder, Taal en tekst.