Geschiedenis
Voor de 10de eeuw werd Polen bewoond door verscheidene Westslavische stammen. De belangrijkste daarvan was de stam van de Polanen. Hun leider, Mieszko I, ging in 966 tot het christendom over.
Zijn zoon, Boleslaw I, was de eerste koning van Polen. Dat koninkrijk bleef lang redelijk stabiel, tot in de 12de en 13de eeuw ridders van de Duitse Orde het land binnendrongen. Duitsers vestigden zich in heel Polen.
In de 14de eeuw herstelde het Poolse koninkrijk zich. Kazimierz III wist het land weer tot bloei te brengen.
De koningen van de daaropvolgende dynastie (de Jagiellonen) maakten Polen tot een van de machtigste landen van Europa. In de toenmalige hoofdstad Kraków bloeiden cultuur en wetenschap.
Toen de laatste Jagiello was overleden, verbrokkelde het koninkrijk. In de tweede helft van de 18de eeuw moesten de Polen machteloos toezien hoe Rusland, Oostenrijk en Pruisen hun land onder elkaar verdeelden. Bij het Congres van Warschau in 1815 ontstond het zogeheten Congres-Polen. Dat was geen zelfstandig land, het was volledig afhankelijk van Rusland.
Pas na de Eerste Wereldoorlog verscheen Polen weer op de kaart. Het land lag toen oostelijker dan het huidige Polen. Er hoorden gebieden bij in wat nu Wit-Rusland en Oekraïne zijn; het westen van het huidige Polen hoorde bij Duitsland.
Ondanks een non-agressiepact met Duitsland viel het leger van Hitler Polen toch binnen. Dat gebeurde in september 1939 en was het startsein voor de Tweede Wereldoorlog. Hitler had afspraken gemaakt met de Sovjet-Unie en dat land kreeg dan ook de vrije hand om het oosten van Polen in te nemen. Opnieuw was Polen van de landkaart gevaagd.
Polen is een van de landen die het zwaarst zijn getroffen door de Tweede Wereldoorlog. Miljoenen mensen kwamen om en het land werd grondig vernield. Een deel van Warschau was ingericht als een getto voor de joden.

De levensomstandigheden in die wijk waren zo erbarmelijk, dat de joden ertegen in opstand kwamen. De Duitsers reageerden met een totale verwoesting van het getto en het afvoeren van de inwoners naar een van de vele concentratiekampen.
Tijdens de oorlog waren er twee regeringen in ballingschap. In Londen zat de westers ingestelde regering van Sikorski, in Moskou de communistische van Bierut. Toen de Russen Polen bevrijdden, kwam er een voorlopige regering met Bierut aan het hoofd.
Zie voor Polen na de Tweede Wereldoorlog: Moderne politiek.
Frits Mulder, Taal en tekst.
