Kraków
Kraków (Krakau) was tot 1596 de hoofdstad van Polen. Als enige grote Poolse stad bleven de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog Kraków bespaard. Er zijn zo’n 6000 historische monumenten en gebouwen, maar van de middeleeuwse stadsmuur is weinig over. Die verdedigingsmuur werd in het begin van de 19de eeuw voor het grootste deel afgebroken.
Het centrum van de stad is de Rynek Glowny met in het midden de grote Lakenhal in renaissancestijl. Onder de gewelven is nu een toeristenmarkt, de rest van het gebouw is het Nationaal Museum. Daar is een overzicht te zien van Poolse schilderkunst uit de 19de en 20ste eeuw.
De Mariakerk stamt oorspronkelijk uit 1290, maar is vele malen verbouwd. Vanaf de 81 meter hoge linkertoren klinken elke dag om 12 uur vier trompettonen, die plotseling lijken af te breken. Het herinnert aan een torenwachter in de 13de eeuw die zijn trompet greep toen hij de Tataren op de stad zag afkomen. Bij de vierde, hoogste toon werd zijn alarmsignaal afgebroken doordat hij werd getroffen door een pijl.

Iets buiten het centrum ligt de Wawel, de citadel van Kraków. Aan het binnenplein lagen de koninklijke appartementen. In 1595 werd het complex getroffen door brand en de koning nam daarop het besluit te verhuizen naar Warschau. Wel bleef de gotische kathedraal de koninklijke begraafplaats. Ook andere beroemde Polen liggen er begraven, zoals de dichter Adam Mickiewicz.
Kraków had al in 1364 een universiteit - Uniwersytet Jagielloñski - en ontwikkelde zich in de eeuwen daarna tot een belangrijk kenniscentrum. Het Collegium Maius herinnert aan de hoogtijdagen van de universiteit. In 1405 werd hier de eerste Europese leerstoel voor astronomie gevestigd. De astronoom Nicolaas Copernicus heeft er enige tijd gestudeerd. Zijn standbeeld staat in de Planty, het park dat in de plaats kwam van de oude stadsmuur.
Kraków heeft de grootste verzameling kunstvoorwerpen van heel Polen. Naar schatting zijn er zo’n 2,3 miljoen stukken, de meeste in musea, maar ook in kerken en kloosters.
Het oudste en belangrijkste museum is het Czartoryski-museum. Naast werken van Poolse kunstenaars zijn Rembrandts Barmhartige Samaritaan en Leonardo da Vinci’s Dame met de Hermelijn er te zien.
De Wieliczka zoutmijn is een populaire attractie. De mijn is zeker 700 jaar oud en nog steeds in bedrijf. Tientallen meters onder de grond loop je door gangen die grotere ruimten met elkaar verbinden en waar figuren zijn uitgehouwen in het zout. Een van de ruimtes is een ondergrondse kerk, waar paus Johannes Paulus II ook eens de mis heeft opgedragen.

Ten westen van Kraków ligt Oświęcim. De Duitse naam Auschwitz is besmet vanwege het concentratiekamp dat de nazi’s daar hadden. Het was hun grootste vernietigingskamp. Meer dan anderhalf miljoen joden, homoseksuelen en zigeuners uit heel Europa zijn hier in de gaskamers om het leven gekomen.
Het complex bestaat uit barakken, prikkeldraadversperringen en wachttorens. In het museum worden de verschrikkingen van Auschwitz bijna voelbaar. Het opschrift boven de ingang van het kamp doet wrang aan: "Arbeit macht frei".
Frits Mulder, Taal en tekst.
