Moderne politiek 1
Na de Tweede Wereldoorlog werden de grenzen van Polen opnieuw vastgesteld. In het oosten verloor het land grondgebied aan de Sovjet-Unie, in het westen kreeg Polen er een deel van Duitsland bij.
Er kwam een regering van nationale eenheid, waarin de communisten een groot aandeel hadden. Deze regering had de steun van de Westerse geallieerden, omdat de Sovjet-Unie vrije verkiezingen beloofde. De communisten sloten vervolgens een verbond met de socialisten en bij de verkiezingen van 1947 veroverde die combinatie 85% van de stemmen. Volgens de VS was de uitslag "ondemocratisch" tot stand was gekomen.
Na die verkiezingen fuseerden communisten en socialisten in de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. Daarin hadden de communisten van de harde lijn de overhand, zij waren pro-Stalin (de toenmalige Sovjetleider). Tegelijkertijd werd de eerste secretaris (Wladislaw Gomulka) aan de kant geschoven, omdat zijn ideeën niet overeenkwamen met die van de partij. Gomulka zag meer in het Joegoslavische model: wel communistisch, maar niet binnen het Sovjet-blok.
Na de dood van Stalin in 1953 kwam Gomulka terug. In 1956 was hij opnieuw eerste secretaris van de communistische partij en daarmee de feitelijke leider van Polen. Er volgden enkele jaren van toenemende vrijheid, maar al in het begin van de jaren '60 kwam daar weer een eind aan.
Intussen kwam de economie maar nauwelijks op gang. De mislukte landbouwoogst van 1970 was de druppel die de emmer deed overlopen. De regering wilde de prijzen van levensmiddelen verhogen, maar de bevolking kwam daartegen in opstand. Gomulka kreeg de zwarte piet toegeschoven: hij werd vervangen door Edward Gierek.
In de communistische tijd lagen de Poolse leiders voortdurend overhoop met de rooms-katholieke kerk. Toen het Vaticaan in 1949 alle communisten in de ban deed, reageerde de Poolse staat met het onteigenen van alle grondbezit van de kerk.
De Poolse heersers voelden zich dan ook bepaald ongemakkelijk toen de kardinaal van Kraków, Karel Wojtyla, in 1978 benoemd werd tot paus Johannes Paulus II. Een jaar later al bracht de paus een bezoek aan zijn geboorteland en hij kwam er geregeld terug.
[Vervolg: Politiek 2]
