Moderne politiek 2
[Vervolg van Politiek 1]
De Polen voelden zich door de paus gesteund in hun verzet tegen de communistische regering. De jaren 1980 en 1981 waren zeer roerig.
De bevolking morde over de lage levensstandaard. Ze uitte haar ontevredenheid via wilde stakingen, die onder meer werden georganiseerd door de nieuwe, vrije vakbond Solidarność (Solidariteit), onder leiding van Lech Walesa.
De regering was gedwongen die vakbond te erkennen. Solidarność kreeg steeds meer aanhang en werd een heuse machtsfactor waarmee de Communistische Partij rekening te houden had.
In 1981 kwam generaal Jaruzelski aan de macht. Hij was bang dat de Sovjet-Unie zou ingrijpen als de situatie in Polen nog verder uit de hand liep. Daarom kondigde hij in december 1981 de staat van beleg af. De vakbonden werden verboden en het stakingsrecht werd ingetrokken.
Jaruzelski kreeg internationaal een golf van kritiek over zich heen. De VS kondigde een handelsboycot af tegen Polen en de Sovjet-Unie. De Poolse economie heeft daar zwaar onder geleden en een jaar na de invoering hief Jaruzelski de staat van beleg weer op.
Pas met het aantreden van Sovjetleider Gorbatsjov kreeg Polen werkelijk de liberale wind mee. Gedetineerde leden van Solidariteit werden vrijgelaten en Jaruzelski kon gaan onderhandelen met de vrije vakbond.
In ruil voor het presidentschap stemde Jaruzelski in met "vrije" verkiezingen. Daarbij stonden alle 100 zetels in de Senaat open, maar slechts 35% van de Sejm (de Tweede Kamer). Solidariteit won de volle 35% in de Sejm en 99 van de 100 Senaatszetels.
Voor het eerst in 40 jaar kreeg Polen een niet-communistische premier: Tadeusz Mazowiecki, een bondgenoot van Lech Walesa. Mazowiecki ontmantelde het communistische systeem en baande de weg voor werkelijk vrije verkiezingen.
Er ontstonden al vrij snel breuken in het eens zo gesloten front van Solidariteit. Mazowiecki en Walesa stonden tegenover elkaar in de presidentsverkiezingen van 1990.
Walesa won, maar al gauw bleek hij niet de geschikte figuur voor het presidentschap. Hij bemoeide zich intensief met de samenstelling van regeringen. Het resultaat was dat Polen tussen 1990 en 1995 veel wisselende coalitieregeringen had, die politiek allesbehalve stabiel waren.
In 1995 kwam daaraan een eind toen Aleksander Kwaśniewsky tot president werd gekozen. Hoewel een ex-communist, beloofde Kwaśniewsky door te gaan met economische hervormingen en aansluiting te zoeken bij de EU en de NAVO. Polen trad in 1998 toe tot de NAVO en werd in 2004 lid van de Europese Unie, samen met negen andere landen.
De economie trok weliswaar aan, maar niet zo veel als in andere Oost-Europese landen. De sociaal-democraten van Kwaśniewsky kregen de schuld en ze werden dan ook fors verslagen bij de parlementsverkiezingen in 2005.
De presidentsstrijd in datzelfde jaar ging tussen twee voormalige voormannen van de vakbond Solidariteit. De conservatief Lech Kaczinsky kwam als winnaar uit de bus.
Frits Mulder, Taal en tekst.
