Poznań
Poznań is de handelshoofdstad van Polen, waar elk jaar meer dan 30 grote jaarbeurzen worden gehouden. Die beurzen trekken een internationaal publiek en dat heeft zijn weerslag op het aanbod van bars en restaurants. De internationale keuken is ruim vertegenwoordigd en wie tot in de kleine uurtjes wil uitgaan zal daar in Poznań geen moeite mee hebben.
Poznań is ook een heel groene stad. Er zijn veel parken en maar liefst twee dierentuinen. De kleinste is de oudste van Polen (1874). Een grotere dierentuin werd geopend in 1974. Hier hebben de beesten veel meer bewegingsruimte en is de omgeving natuurlijker: meer dan de helft van de tuin is beplant met bomen. Binnen de stad liggen verder vier meren, waarin gezwommen kan worden.
De oorsprong van Poznań ligt op het schiereiland Omstrów Tumski. Volgens het verhaal kwamen drie broers elkaar hier na jaren weer tegen. De stad is dan ook genoemd naar het Poolse woord voor ontmoeten, poznac. In de kathedraal ligt de vader van de Poolse staat – Mieszko I – begraven.

Het centrum van het tegenwoordige Poznań is – uiteraard – het marktplein met vele huizen in barok- en renaissancestijl. Je vindt er onder meer de oudste apotheek van de stad, in bedrijf sinds 1564.
Elke dag om 12 uur staan toeristen te kijken naar de toren van het raadhuis. Er komen dan twee tinnen geiten tevoorschijn die 12x de koppen tegen elkaar stoten. Dat geiten het symbool van Poznań zijn, komt voort uit een legende. Bij de officiële opening van de klokkentoren in 1511 viel de bijbehorende feestmaaltijd in het water doordat de kok het vlees liet verbranden. Om zijn eer te redden stal hij twee geiten, die echter wisten te ontsnappen naar de klokkentoren.
Het Nationaal Museum heeft een uiterst boeiende collectie schilderkunst. De nieuwe vleugel is gewijd aan moderne Poolse schilders; in het oude gedeelte hangen Italiaanse, Nederlandse en Vlaamse meesters. Het museum heeft bovendien de grootste collectie Spaanse kunst in Polen.
Frits Mulder, Taal en tekst.
