Volk en cultuur 1
Polen heeft ruim 38 miljoen inwoners. De laatste jaren neemt de bevolking in aantal af, vooral door emigratie, vergrijzing en de matige economische omstandigheden. De toegenomen kosten van kinderopvang spelen eveneens een rol (onder de communisten was kinderopvang gratis).
Hoewel Polen lange tijd verscheidene etnische groepen heeft gekend, is nu bijna elke inwoner van het land een Pool. Dat heeft onder meer te maken met de verschuivingen van de grenzen na de Tweede Wereldoorlog (zie Geschiedenis).
Daardoor kwamen etnische minderheden in andere landen te wonen of vluchtten minderheden in Polen naar hun vaderland (vooral Duitsers). Voor de oorlog was zo’n 10% van de Poolse bevolking joods. De meeste Poolse joden zijn door de nazi’s uitgemoord.

De Polen zijn fervente aanhangers van de rooms-katholieke kerk. Veertig jaar communistisch bewind en onderdrukking van de kerk hebben de Polen niet van hun geloof afgebracht. Integendeel, de uitverkiezing van Karel Wojtyla tot paus – in 1978 – heeft dat geloof alleen maar aangewakkerd.
Hij was de eerste Poolse paus en de eerste niet-Italiaanse leider van de rooms-katholieke kerk in zo’n 350 jaar. Zijn uitverkiezing was een enorme steun in de rug voor de Poolse oppositie tegen het communistisch bewind. De dood van paus Johannes Paulus II in 2005 was dan ook een enorme schok voor Polen. In het hele land sloten bars en restaurants voor enkele dagen hun deuren.
Het geloof speelt een grote rol in het dagelijks leven. In tegenstelling tot West-Europese landen zitten de kerken in Polen op zondag nog steeds vol. Christelijke feestdagen worden uitbundig gevierd en tradities als de eerste communie vormen hoogtepunten in het leven van Poolse families. Dat de kerk een voorname rol speelt, blijkt ook uit het jaarlijkse Internationaal Festival voor Kerkelijke Muziek in Warschau.
[Vervolg: Volk en cultuur 2]
