Algarve
In de zuidelijke landstreek Algarve is de invloed van de Moren nog zichtbaar. Dat komt doordat ze hier langer stand hebben gehouden dan in de rest van het land. Alleen al de naam stamt uit het Arabisch (al-gharp = het westen) en de bevolking heeft Noord-Afrikaanse gelaatstrekken. Het stadje Loulé ten noordwesten van Faro heeft nog een duidelijk Arabische sfeer.

De Algarve is van de rest van Portugal afgesloten door enkele bergketens in het noorden. De Serra de Monchique houdt niet alleen de wind, maar ook de regen tegen. Het gebied is daardoor zeer droog, maar beschikt wel over prachtige zandstranden en heeft dus een grote aantrekkingskracht op toeristen. Overwinteraars uit Noord-Europa genieten er van het aangename klimaat.
Tot de jaren '60 van de vorige eeuw was de Algarve een wat slaperig gebied, maar met de komst van het massatoerisme is dat ingrijpend veranderd. Toch is hier niet dezelfde fout gemaakt als aan de Spaanse Costa’s: natuurlijk zijn er hotels, campings en vakantiedorpen verrezen, maar de Portugese sfeer is onmiskenbaar gehandhaafd.
Wat de kuststrook betreft zijn er twee Algarves. Ten westen van de hoofdstad Faro liggen de drukke zandstranden; in dit deel vind je onder andere de bekende plaatsen Albufeira en Lagos.
Ten oosten van Faro liggen kleine baaien tussen grillige rotsformaties. Dat oostelijke deel wordt daarom ook wel de Rots-Algarve genoemd en is een beschermd natuurgebied (Parque Natural da Ria Formosa). Er zijn vele vogelsoorten te zien, waaronder kolonies flamingo’s.
Tip:
|
