Geschiedenis 2
[Vervolg van Geschiedenis 1]
Toen Portugal in 1640 weer onafhankelijk van Spanje werd ging het alleen maar verder achteruit met het land. Portugal had hulp nodig van Engeland om zich te verdedigen tegen Spaanse invallen. Die hulp werd duur betaald: de Britten verlangden en kregen belangrijke handelsvoorrechten. Zo beheersten zij lange tijd de porthandel, het Factory House in Porto herinnert daar nog aan.
In 1807 vielen de legers van de Franse keizer Napoleon Portugal binnen. De koninklijke familie vluchtte naar Brazilië. Engeland sloeg een jaar later terug door Portugal te heroveren, maar de koning kwam pas in 1821 terug. Portugal verloor de kolonie Brazilië, dat een onafhankelijk keizerrijk werd. De hele 19de eeuw bleef het onrustig in Portugal, door de voortdurende strijd tussen koningsgezinde grootgrondbezitters en liberale burgers.
Ook de eerste helft van de 20ste eeuw was allesbehalve rustig. In 1908 werd koning Carlos I in zijn open rijtuig vermoord. Twee jaar later werd zijn opvolger van de troon gestoten en werd de republiek uitgeroepen. Nog was er geen rust: de ene na de andere regering werd omvergeworpen.
In 1926 werd de voorlopig laatste staatsgreep gepleegd. De militairen grepen de macht en al gauw ontwikkelde de minister van Financiën – António de Oliveira Salazar – zich tot de sterke man. Hij werd in 1932 premier en zou Portugal tot 1968 in een ijzeren greep houden. Salazar voerde een fascistisch staatsmodel in, naar het voorbeeld van Mussolini in Italië.
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er barsten in de heerschappij van Salazar. In de Portugese koloniën streefde de bevolking naar onafhankelijkheid en in Portugal zelf nam het verzet toe tegen het dictatoriale bewind. Salazar moest de macht uit handen geven, toen hij in 1968 werd getroffen door een hersenbloeding. Hij stierf twee jaar later.
Het fascistische bewind liep op zijn laatste benen. Zie verder bij Moderne politiek.
Frits Mulder, Taal en tekst.
