Lissabon

De Portugese hoofdstad Lissabon (Lisboa in het Portugees) ligt op de steile rechteroever van de Taag, op enkele kilometers van de Atlantische Oceaan.

In 1755 werd Lissabon getroffen door een aardbeving, gevolgd door een vloedgolf. Daardoor werd een groot deel van de stad verwoest. Op de puinhopen van het lager gelegen stadsgedeelte werden nieuwe wijken gebouwd volgens een rechthoekig stratenpatroon. Er kwamen brede boulevards, grote pleinen en fraaie stadsparken.

Het pronkstuk van deze "stadsvernieuwing" is het Praça do Comércio. Het is een groot plein dat aan één kant open is naar de Taag en verder beheerst wordt door een 19de-eeuwse triomfboog en neo-klassieke regeringsgebouwen. Het geheel vormt eigenlijk een toegangspoort tot de stad. Toch geven veel toeristen de voorkeur aan de hoger gelegen stadsdelen die hun middeleeuwse structuur hebben behouden. Daar vind je nauwe, kronkelige straten en steegjes.

Lissabon: Praça do Comércio

In 1988 kreeg Lissabon opnieuw een zware klap. Een enorme brand verwoestte een groot deel van de Baixa, het commerciële centrum. Het werd de grootste ramp sinds 1755 genoemd. Dit gaf het stadsbestuur overigens wel de gelegenheid het centrum helemaal opnieuw in te richten ter voorbereiding op de Wereldtentoonstelling Expo ‘98. Het terrein van de Expo is nog steeds te bezoeken; het heet nu Parque das Nações. Je vindt er een groot winkelcentrum, bars, restaurants en ook het grootste aquarium van Europa, het Oceanarium.

De Torre de Belém is een wachttoren die tussen 1515 en 1521 midden in de Taag werd gebouwd om de haven te beschermen. In de tijd van de Spaanse overheersing (1580-1640) diende het gebouw als gevangenis. De Arabische invloed op de zogeheten Manuelstijl (zie Volk en cultuur) is goed te zien aan de vele Moorse motieven.

Het goudkleurige klooster Mosteiro dos Jerónimos werd in de 16de eeuw gebouwd. Hier bevinden zich de praalgraven van ontdekkingsreizigers, dichters en staatslieden. Vlak bij het klooster ligt het Palácio de Belém, de residentie van de president. In de stallen van dat paleis is een museum ingericht met koetsen en andere rijtuigen uit de 16de tot de 19de eeuw.

Vanuit vrijwel de hele stad kun je de koepel zien van de Basílica da Estrela. Die neo-klassieke kathedraal werd in de 18de eeuw gebouwd in opdracht van koningin Maria I, die er begraven ligt. Jarenlang werd gewerkt aan renovatie, die in 2004 werd afgerond met het terugplaatsen van de klokken.

De grote hangbrug over de Taag werd in 1966 opengesteld. Deze stalen brug is zes kilometer lang en heette aanvankelijk Salazarbrug, naar de toenmalige dictator. Na de Anjerrevolutie van 25 april 1974 is de brug omgedoopt in "Brug van de 25ste april" (Ponte 25 de Abril).

In de omgeving van Lissabon is het stadje Sintra een bezoek waard.

 

Tip: