Geschiedenis 1
De oorsprong van het latere Russische Rijk ligt bij de verovering van Novgorod (ten zuiden van St. Petersburg) door de Varjaren, afkomstig uit Scandinavië. In de 9e eeuw verenigde hun roemruchte hoofdman Rurik de stammen rond Novgorod en zijn opvolger trok verder naar het zuiden om Kiev in te nemen. De Scandinaviërs vermengden zich daarbij met de oorspronkelijke Slavische bevolking.De basis voor de latere Russisch-orthodoxe kerk werd ook in die tijd gelegd. In 988 werd het orthodoxe christendom een soort staatsgodsdienst door het huwelijk van Vladimir de Heilige met Anna, de dochter van de Byzantijnse keizer.
Het Rijk van Kiev was welvarend en machtig, maar niet voor lang. Vanuit het oosten drongen de Mongolen binnen die in 1240 Kiev platbrandden. Zij bleven twee eeuwen lang heer en meester.
Intussen ontwikkelde het vorstendom Moskovië (rond Moskou) politieke macht. In de 15e eeuw ontworstelde het zich aan de heerschappij van de Mongolen en werd Ivan de Grote tot tsaar gekroond. Sindsdien waren de rollen omgekeerd. Ivan de Grote lijfde alle Russische vorstendommen in en zijn opvolger –Ivan de Verschrikkelijke– begon aan veroveringstochten naar het oosten. In 1640 bereikten de Russen de Stille Oceaan.
Inmiddels was de dynastie van de Romanovs aan de macht gekomen, die tot de revolutie van 1917 in stand bleef. Dat was slecht nieuws voor de boeren. Die waren al de lijfeigenen van machtige heren, maar onder de Romanovs werd nieuwe wetgeving ingevoerd die ze nog afhankelijker maakte. Er ontstond een schrille tegenstelling tussen schatrijken en straatarmen.
Tsaar Peter de Grote richtte zijn blik op Europa en veroverde de Oostzeekust op de Zweden. Hij verplaatste de hoofdstad naar een moerassig stuk land aan die kust. In korte tijd werd Sint-Petersburg uit de grond gestampt.
De opvolgster van Peter de Grote –Catharina– breidde het Russische Rijk verder naar het zuiden uit. De sociale tegenstellingen werden verder op de spits gedreven doordat ze de macht van de grondbezitters uitbreidde.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
