Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

De tsaren na Catharina zagen de noodzaak van sociale hervormingen wel in, maar durfden die niet aan. Weliswaar werd het lijfeigenschap in 1861 formeel afgeschaft, maar in de praktijk veranderde er weinig. Het verzet nam toe.

Toen de laatste tsaar, Nicolaas II, niet alleen de oorlog tegen Japan verloor (1905), maar ook nog eens een smadelijke nederlaag leed tegen de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog, was het met hem gedaan.

In februari 1917 kwam er een voorlopige regering van socialisten en liberalen aan de macht. Maar omdat die geen einde wist te maken aan de hongersnood en de uitzichtloze oorlog met de Duitsers, grepen de communisten acht maanden later hun kans.

Standbeeld: Lenin

Onder leiding van Lenin brak de Oktoberrevolutie uit. Aan de basis van de nieuwe machthebbers stonden zogeheten arbeidersraden of sovjets. Vandaar de naam Sovjet-Unie.

De communisten sloten al snel een vredesverdrag met Duitsland, maar in het binnenland was er nog veel verzet tegen hun machtsgreep. Pas in 1921 kwam er een einde aan de strijd tussen het Rode Leger en het anti-communistische Witte Leger, dat werd gesteund door Groot-Brittannië en Frankrijk.

Kort daarop (1924) overleed Lenin. Na een machtsstrijd in de top werd Stalin de nieuwe leider. Hij bleek een meedogenloze alleenheerser die tegenstanders zonder pardon uit de weg ruimde. Intussen werkte hij hard aan de industrialisatie van de Sovjet-Unie, met de nadruk op zware industrie. De collectivisering van de landbouw werd met harde hand doorgedrukt.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloot Stalin een niet-aanvalsverdrag met Hitler-Duitsland. Als beloning kreeg hij een deel van Polen. En passant werden de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) ingelijfd.

Hitler hield zich niet aan de afspraken en viel in 1941 toch de Sovjet-Unie binnen. Aanvankelijk met veel succes, maar na de Slag om Stalingrad (nu: Wolgograd) in 1943 keerde het tij. Het Rode Leger drong de Duitsers tot halverwege Europa terug.

De westerse geallieerden stonden zeer wantrouwig tegenover hun plotselinge bondgenoten en daarin werden ze bevestigd. Met uitzondering van Joegoslavië kwamen alle door de Russen bevrijde landen onder Russisch toezicht. De communistische leiders in die landen waren feitelijk vazallen van de Sovjet-Unie. Het tijdperk van de Koude Oorlog brak aan.

(Zie voor de periode na de Tweede Wereldoorlog: Moderne politiek)

Frits Mulder, Taal en tekst.