Moderne politiek 2

[Vervolg van Politiek 1]

Toch waren de dagen van Gorbatsjov als Sovjetleider geteld. Begin december 1991 verklaarde Oekraïne zich onafhankelijk. Gorbatsjov trad af en de Sovjet-Unie werd op 1 januari 1992 officieel opgeheven. Op die datum werd de Russische Federatie officieel een onafhankelijke staat met Jeltsin als president.

De euforie rond Jeltsin zou maar kort duren. Dat kwam vooral door zijn vergaande liberalisering van de economie. Zo controleerde de staat niet langer de prijzen, wat een hyperinflatie tot gevolg had. Deze schoktherapie werd hem niet in dank afgenomen. In 1993 werd Jeltsin afgezet, maar zijn trouwe volgelingen namen daar geen genoegen mee en kwamen in opstand tegen de coupplegers. Bij de presidentsverkiezingen in de zomer van 1996 werd Jeltsin herkozen.

Jeltsin was een grillige man, wellicht mede door zijn drankprobleem. Hij deinsde er niet voor terug hele kabinetten plotseling naar huis te sturen. Onder zijn bewind nam bovendien de tegenstelling tussen arm en rijk sterk toe. Sommige mensen wisten binnen korte tijd superrijk te worden (zie verder bij Economie). Intussen kreeg Rusland grote problemen met opstandelingen in de zuidelijke deelrepubliek Tsjetsjenië. Die opstand werd met harde hand onderdrukt, maar tot op de dag van vandaag is de Tsjetsjeense kwestie niet opgelost.

Op Oudejaarsdag 1999 kondigde Jeltsin volkomen onverwacht zijn aftreden aan. Een kroonprins stond al klaar: ex-KGB-chef Vladimir Poetin. Die was populair onder de bevolking vanwege zijn harde aanpak van de problemen in Tsjetsjenië. Hij werd bij de verkiezingen in 2000 dan ook met grote meerderheid van stemmen gekozen tot president.

Poetin begon meteen met het herstellen van de staatsmacht ten koste van de vrijheid van de regio’s. Hij was bang dat anders meer republieken het voorbeeld van Tsjetsjenië zouden volgen. Hij bond bovendien de strijd aan met de oligarchen, de mensen die onder Jeltsin op niet altijd even legale wijze grote rijkdom hadden vergaard.

Poetin kreeg een steuntje in de rug van de snel verbeterende economie, dankzij de devaluatie van de roebel en stijging van de olieprijzen. Toch waren de oude problemen nog even groot: bureaucratie, corruptie, een verouderde infrastructuur, slecht management en te weinig buitenlandse investeringen. Door tekort aan geld ging de kwaliteit van de gezondheidszorg en het onderwijs steeds verder achteruit.

Op 23 oktober 2002 eiste het probleem Tsjetsjenië weer alle aandacht. 50 Tsjetsjeense rebellen overvielen een theater in Moskou en gijzelden meer dan 750 bezoekers. Na 58 uur maakten Russische commando's een eind aan de gijzeling. Meer dan 120 gijzelaars vonden daarbij de dood.

Onder de Russen bleef Poetin populair, niet in de laatste plaats omdat de economie elk jaar een gezonde groei vertoonde. Politieke tegenstanders hadden ook weinig kans tegen Poetin; hij snoerde ze gewoon de mond. Michail Chodorkovski werd beticht van belastingfraude en gearresteerd. Een andere oligarch, Boris Berezovski, zag de bui hangen en vluchtte het land uit.

Daarnaast voerde Poetin diverse strafzaken tegen kritische journalisten. In januari 2003 werd TV6, het laatste onafhankelijke televisiestation, gesloten. Kranten, radio en tv passen in toenemende mate zelfcensuur toe.

Poetin werd in 2004 herkozen als president.

Frits Mulder, Taal en tekst.