Schaken voor beginners: de notatie

Er zijn in de loop van de tijd ongelofelijk veel schaakpartijen gespeeld, en allerlei mensen zijn op de gedachte gekomen dat het handig zou zijn als je die zou kunnen opschrijven, zodat je er later misschien iets van kon leren.

Dat "opschrijven" van een schaakpartij noemen we: noteren, en daarvoor zijn verschillende methoden bedacht.

We kijken hier alleen naar de twee methoden die in Nederland en België het meest gebruikt worden: de lange en de korte notatie.

Lange notatie

De lange notatie is eigenlijk heel simpel. We weten al dat we elk veld van het schaakbord kunnen aanduiden door middel van een letter plus een cijfer, bijvoorbeeld a1 of h8. Bij de lange notatie geven we van elke zet aan, van welk veld het gespeelde stuk afkomstig is, en naar welk veld het gespeeld wordt.

Om de boel wat leesbaarder te maken, duiden we elk stuk bovendien met een letter aan:
  • De koning geven we aan met de letter K
  • De dame geven we aan met de letter D
  • De toren geven we aan met de letter T
  • De loper geven we aan met de letter L
  • Het paard geven we aan met de letter P
En de pion? Voor de pion gebruiken we geen letter (dus als er bij een zet geen stuk wordt aangegeven, dan weten we automatisch dat het om een pion gaat).

Een zet kan er dan bijvoorbeeld als volgt uit zien: e2-e4. Dat betekent dat wit de pion die op het veld e2 stond, naar het veld e4 speelt.

Een andere zet zou kunnen zijn: Ke8-e7. Dat houdt in, dat de koning die op e8 stond, naar het veld e7 wordt verplaatst.

Hoe weten we nu of dat een zet van wit of zwart was? Nu, dat zien we aan de manier waarop de zet wordt genoteerd. Een complete zet ziet er bijvoorbeeld als volgt uit:

1. e2-e4, e7-e5

Aan de 1. zien we, dat het om de eerste zet van de partij gaat. Wit begint uiteraard, en de witspeler verplaatst zijn pion van e2 naar e4. Zwart antwoordt door zijn pion van e7 naar e5 te spelen. (Er worden geen stukken aangegeven, dus het moet wel om pionnen gaan!)

De tweede zet van de partij zou bijvoorbeeld kunnen zijn:

2. d2-d4, e5xd4

Wit speelt de pion van d2 naar het veld d4, en let nu op: zwart slaat die pion met de pion die op e5 stond. Dat er iets wordt geslagen, kun je zien aan de "x"; gaat het om een "gewone" zet, dan wordt er namelijk een streepje ("-") gebruikt.

De tweede zet van de partij zou er ook zo uit kunnen zien:

2. Pg1-f3, Pb8-c6

Beide spelers zetten hier met hun paard; je kan zelf vast wel zien waar het paard vandaan komt en waar het naartoe gaat!

We kunnen nu al bijna de hele partij noteren; we hebben alleen nog wat tekens nodig voor bijzondere situaties.

Om te beginnen schaak: als een speler de dame van h2 naar h3 speelt en zo schaak geeft, dan schrijven we: Dh2-h3+ (is het zelfs mat, dan schrijven we: Dh2-h3#). Voor schaak gebruiken we dus "+", en mat geven we aan met "#".

Dan de rokade. De korte rokade geven we aan met "0-0", en de lange met "0-0-0". Dus bijvoorbeeld:

15. 0-0, 0-0-0

Dat betekent dat wit op de vijftiende zet kort rokeert, en zwart antwoordt door lang te rokeren.

Bij een promotie geven we aan, welk stuk gekozen werd, bijvoorbeeld: b7-b8D. Wit speelt zijn pion van b7 naar b8, en laat die promoveren tot dame ("D").

En passant slaan tenslotte geven we aan met de letters e.p.:, bijvoorbeeld: e5xd6 e.p.

Korte notatie

De korte notatie lijkt heel erg op de lange, maar we schrijven nu alleen het veld op waar een stuk naartoe gaat, en niet het veld waar het vandaan komt, bijvoorbeeld:

1. e4, e5

Deze beginzet hebben we al eerder gezien; in de lange notatie was het:

1. e2-e4, e7-e5

De tweede zet zou bijvoorbeeld weer kunnen zijn:

2. d4, exd4

Twee mogelijkheden

Soms kun je met (bijvoorbeeld) de ene toren naar een veld gaan, maar ook met de andere. In dat geval moet je duidelijk aangeven, met welke toren je hebt gespeeld.

Stel dat je een toren op veld a1 hebt staan en een toren op veld h1, en dat die allebei naar e1 zouden kunnen gaan. Je schrijft dan: Tae1 als je de toren op a1 naar e1 hebt gespeeld, of: The1 als je met de toren op h1 hebt gespeeld.

Ervaren spelers gebruiken meestal de korte notatie, om tijd te sparen, maar het is een goed idee om in het begin gebruik te maken van de lange notatie: die is heel erg duidelijk, en zo wen je alvast een beetje aan het noteren van je partijen!