Schaken voor beginners: de waarde van de stukken

Toen we keken naar de zetten die je met elk stuk mag doen, hebben we al gezien dat sommige stukken veel "machtiger" zijn dan andere: zo "bestrijkt" een dame die in het centrum van het bord staat maar liefst 27 andere velden, terwijl een loper op hetzelfde veld maar 13 velden bestrijkt.

Je kan dus met het ene stuk veel meer doen dan met het andere, en dat heeft gevolgen voor de "waarde" van de stukken. Die wordt uitgedrukt in punten (of in "pionnen", want een pion is één punt waard), en wel als volgt:

  • Een pion is een punt waard
  • Een paard is drie punten waard
  • Een loper is ook drie punten waard
  • Een toren is vijf punten waard
  • Een dame is negen punten waard
(En de koning? Die is "oneindig" veel punten waard, want als je de koning "kwijtraakt", heb je meteen de partij verloren!)

Het overzichtje hierboven is geen "absolute" regel: een heel enkele keer kan bijvoorbeeld een paard veel meer waard zijn dan een dame (namelijk: als je de tegenstander met dat paard mat kunt zetten)!

Het is echter een heel handig hulpmiddel als je overweegt om het ene stuk tegen het andere te ruilen.

Ruilen

Stel dat je de dame van je tegenstander met je paard kan slaan, maar je tegenstander kan daarna wel dat paard terugslaan.

In dat geval sla je een stuk dat negen punten waard is, en je geeft er maar drie voor terug; dat lijkt dus een gunstige ruil!

Andersom is heel wat minder gunstig: als je zelf een paard of zelfs een toren kunt slaan, maar je raakt daardoor je eigen dame kwijt, dan is dat vrijwel altijd een slechte ruil.

Nogmaals, er zijn uitzonderingen op de regel, maar meestal kloppen de genoemde puntenaantallen wel.

Dat betekent dus onder andere dat twee torens samen net iets sterker zijn dan een dame alleen; en twee lopers (of twee paarden, of een loper plus een paard) zijn net iets sterker dan een toren.

Natuurlijk is ook de "bewegingsvrijheid" van een stuk van belang: zolang een toren ergens in een hoek staat opgesloten, is hij minder waard dan een paard dat vrijuit over het bord kan bewegen!

Daarom proberen schakers hun stukken "in het spel te brengen", dat wil zeggen: ervoor te zorgen dat de stukken actief aan het spel kunnen meedoen.