Moderne politiek 2
[Vervolg van Politiek 1]Het parlement nam in 1978 een nieuwe grondwet aan. Daarin werd onder meer grotere vrijheid beloofd aan de regio’s in Spanje. Die belofte werd ingelost: eerst kregen Catalonië en Baskenland een autonome status, gevolgd door alle andere Spaanse regio’s.
Spanje is dus veranderd van een centraal geleide staat in een verzameling van autonome gemeenschappen. De rechten van deze verschillende regio’s zijn overigens zeer uiteenlopend. Alleen Baskenland wil volledige onafhankelijkheid. De aanslagen van de Baskische terreurbeweging ETA gingen daarom onverminderd door.
De prille democratie werd in 1981 bedreigd, toen leden van de Guardia Civil onder leiding van kolonel Antonio Tejero het parlement (de Cortes) binnendrongen. Zij hielden de parlementariërs 18 uur lang onder schot, terwijl in Valencia tanks door de straten reden. De crisis werd in de kiem gesmoord door koning Juan Carlos. Hij wist het leger ervan te overtuigen de poging tot staatsgreep niet te steunen.
Binnen het leger bleef evenwel een stroming bestaan die zich verzette tegen verdergaande democratisering. Kort voor de verkiezingen van 1982 werd ontdekt dat onderdelen van het leger opnieuw plannen maakten voor een greep naar de macht. Drie hoge militairen verdwenen achter de tralies.
De verkiezingen werden gewonnen door de socialist Felipe González. Ondanks financiële schandalen, hoog oplopende inflatie en toenemende werkloosheid, bleef hij ruim dertien jaar lang premier. Tijdens zijn premierschap werd Spanje lid van de Europese Gemeenschap (in 1986).
De verkiezingen van 1996 werden een overwinning voor de conservatieve Volkspartij (Partido Popular) van José María Aznar. Zijn belangrijkste opgave was de begroting gezond te maken, een voorwaarde voor toetreding tot de euro. Met bezuinigingen en privatiseringen lukte dat.
Intussen bleef de Baskische terreurbeweging ETA de aandacht opeisen. In 1996 gingen er in 12 plaatsen langs de Spaanse kust bommen af in een poging de toeristenindustrie schade toe te brengen. Een jaar later werd een jonge politicus van de Partido Popular door de ETA ontvoerd en vermoord.
Miljoenen Spanjaarden gingen de straat op om te protesteren tegen het geweld. In 1999 werd er een wapenstilstand afgekondigd.
Achteraf bleek dat de ETA die gebruikt heeft om zich te kunnen reorganiseren. Een nieuwe, jongere en radicalere generatie heeft nu de leiding van de beweging. De politieke arm van de ETA, Herri Batasuna ("Verenigd Volk") is sinds 2003 verboden.
Op 11 maart 2004 werd Spanje opgeschrikt door een aantal aanslagen op forensentreinen in Madrid. Daarbij vielen 191 slachtoffers.
Premier Aznar legde de verantwoordelijkheid aanvankelijk bij de ETA. Maar al gauw bleek dat de aanslagen het werk waren van extremistische moslims, uit protest tegen de Spaanse militaire aanwezigheid in Irak.
Het leverde de pro-Amerikaanse Aznar drie dagen later een verkiezingsnederlaag op. Zijn opvolger, de socialist Zapatero, trok de Spaanse troepen terug uit Irak.
Frits Mulder, Taal en tekst.
