Volk en cultuur 1
Spanje heeft ruim 40 miljoen inwoners. De meeste Spanjaarden wonen in dichtbevolkte stedelijke gebieden langs de kust. Het binnenland is dunbevolkt, met uitzondering van de centraal gelegen hoofdstad Madrid.Spanjaarden zijn een mix van de diverse volkeren die het land in de loop der eeuwen hebben bezet (zie bij Geschiedenis 1). Uit die vermenging is het mediterrane type ontstaan.
Sommige bevolkingsgroepen in Spanje onderscheiden zich duidelijk van de rest: de Catalanen in het noordoosten, de Galiciërs en Basken in het noordwesten en de Gitanos, ofwel zigeuners. In de grondwet van 1978 werden de regionale talen (Catalaans, Galicisch en Baskisch) officieel erkend.
Met de verovering van gebieden in Midden- en Zuid-Amerika in de 16de eeuw werd Spanje een emigratieland. Miljoenen Spanjaarden vertrokken naar de "nieuwe gebieden". Zij brachten uiteraard ook hun cultuur en taal mee. Daarom zijn de meeste landen in Midden- en Zuid-Amerika Spaanstalig.
In de jaren '60 van de vorige eeuw verlieten opnieuw veel Spanjaarden hun land om als gastarbeider in noordelijker Europese landen te gaan werken.
Sinds de jaren '80 trekt Spanje veel immigranten, vooral uit Zuid-Amerika en Noord-Afrika. De bevolkingsgroei is de laatste jaren vooral toe te schrijven aan immigranten.
Spanje is sterk beïnvloed door het rooms-katholicisme, dat eeuwenlang een belangrijke rol speelde in de kunst en in het persoonlijk leven van Spanjaarden. De katholieke kerk had nauwe banden met dictator Franco. Officieel is 95% van de Spanjaarden rooms-katholiek, maar net als in veel andere ontwikkelde landen verliest de kerk aan belang.
Toch worden belangrijke religieuze feesten massaal bezocht. Dit komt meer voort uit traditie dan uit religieuze overtuiging. Zo zijn er in de week voor Pasen kleurrijke processies in heel Spanje. Sommige processies trekken honderdduizenden toeschouwers.
[Vervolg: Volk en cultuur 2]
