Bangkok

Een enorme metropool en het centrum van het koninkrijk Thailand. Gevarieerd en dynamisch, maar ook berucht om de constante verkeerschaos en ernstige (lucht)vervuiling. Hitte in het droge seizoen, overstromingen in de regentijd. Bangkok is een stad die je liefhebt of haat.

Na de verwoesting van Ayutthaya door de Birmezen stichtten de Thai aanvankelijk Thon Buri op de westelijke oever van de Chao Phraya. Maar vanwege de Birmese dreiging uit het westen trokken ze naar de overkant, waar het plaatsje Bang Makok (Olijfdorp) lag. Vanaf 1782 is Bangkok de officiële hoofdstad. Thon Buri bestaat nog steeds, maar is nu onderdeel van de gemeente Krung Thep, zoals Bangkok officieel heet. (Krung Thep betekent Engelenstad.)

Pas sinds de jaren zeventig is Bangkok in de hoogte gegroeid met de ene nieuwe wolkenkrabber na de andere en snelwegen die dwars door de stad lopen met ingewikkelde fly-over knooppunten. Om de verkeersdrukte tegen te gaan, werd de Skytrain in het leven geroepen. Hoewel die slechts twee lijnen kent, is het een van de beste manieren om je te verplaatsen. Sinds 2004 kent Bangkok ook een metro. Er zijn plannen om het aantal metrolijnen uit te breiden. In 2006 wordt een nieuwe luchthaven, ten oosten van de stad, in gebruik genomen.

Het koningsplein Sanam Luang is het hart van de stad. Laat in de middag worden er kraampjes opgezet waar dranken, hapjes en geneeskrachtige kruiden worden verkocht. Ook zijn er waarzeggers en op winderige dagen worden talrijke vliegers opgelaten.

Ten noorden van het plein ligt het "backpackersghetto". Op en rond Khao San Road wemelt het van de toeristen. Velen lopen in rafelige kleren en zelfs met ontbloot bovenlijf. Voor de Thai, die – hoe arm ook – zeer hechten aan correcte kleding, moet dit een gruwel zijn.

Bangkok: Koninklijk paleis

Aan de zuidkant van Sanam Luang ligt de Tempel van de Smaragden Boeddha (Wat Phra Kaeo) met daarachter het Koninklijk Paleis. De tempel is gebouwd in hetzelfde jaar als waarin Bangkok hoofdstad werd (1782). Op de muren vertellen kleurrijke fresco’s het verhaal van de Ramakien (zie Volk en Cultuur).

In de bot staat op een hoog altaar het smaragden beeldje van Boeddha. Slechts zestig centimeter hoog, maar een nationaal heiligdom en streng bewaakt. De herkomst is onbekend.

Van het Koninklijk Paleis zijn slechts twee vertrekken toegankelijk voor het publiek. De Amarinda Vinichai, waar de koning zijn verjaardagstoespraak houdt, en de Dusit Maha Prasat, waar koninklijke familieleden worden opgebaard.

Er zijn nog veel meer tempels te zien in Bangkok. De oudste is Wat Pho met een enorm verguld beeld van een liggende Boeddha. Het symboliseert de overgang naar het nirvana. Aan de overkant van de rivier staat de imposante Wat Arun, de tempel van de ochtendschemering.

Het Lumpinipark is op elk moment van de dag een bezoek waard. ’s Ochtends vroeg is het park het domein van tai-chi beoefenaars, joggers en anderen die hun spieren losmaken. Overdag is het een oase van rust in de drukte van Bangkok. Hier en daar wordt de rust verstoord door karaoke-installaties. Laat in de middag spelen teams takraw, een soort voetvolleybal. Op het podium zijn vaak culturele manifestaties te zien.

Aan de zuidkant van Lumpinipark ligt het roemruchte uitgaanscentrum Patpong. De prostitutie tiert er welig, maar het is ook een wijk met een ruime keuze aan "normale" bars en restaurants.

Rond Siam Square vind je een winkelparadijs: enorme shopping malls en er worden nog steeds nieuwe bijgebouwd. Even verder naar het oosten, bij Skytrain station Phloenchit, begint de toeristenwijk Sukhumvit. Er staan niet alleen talrijke hotels, maar er is ook een ruime keuze aan bars en restaurants met een aanbod van over de hele wereld. Maar het goedkoopst eet je in Thailand – en dus ook in Bangkok – op straat. Vooral rond markten is het aanbod groot en altijd vers.

Frits Mulder, Taal en tekst.