Geografie
Thailand is een koninkrijk in Zuidoost-Azië. De 65 miljoen inwoners noemen hun land Prathet Thai wat "Land van de Vrijen" betekent. Zeer toepasselijk, want van de landen in Zuidoost-Azië is Thailand het enige dat nooit door Europeanen is gekoloniseerd. (Overigens is de naam vrij recent; tot 1939 heette het land Siam.)Thailand grenst in het westen en noordwesten aan Myanmar (Birma), in het noordoosten en oosten aan Laos, in het oosten aan Cambodja en in het uiterste zuiden aan Maleisië. Het heeft een lange kust (1875 km) aan de Golf van Thailand en een korte aan de Andamanse Zee.
Het land heeft een bijzondere vorm, die wel vergeleken wordt met een olifant: het centrale deel is de kop, het langgerekte deel op het Maleisische schiereiland de slurf.

De hoofdstad Bangkok ligt aan de Chao Phraya, de belangrijkste rivier van het land. De Chao Phraya is een samenvloeiing van drie andere rivieren: Nan, Ping en Yom, die ontspringen in de hoge bergen in het noorden. De loop van deze rivieren is vaak zeer kronkelig. Een belangrijke rivier voor de hele regio, de Mekong, vormt het grootste deel van de grens met Laos.
Lang geleden was heel Zuidoost-Azië bedekt met tropisch regenwoud. Daar is weinig meer van over, behalve in onherbergzame gebieden, vooral langs de grens met Myanmar. Overal elders is woud gekapt of afgebrand voor landbouw. In 1981 was meer dan de helft van het landoppervlak met bos bedekt; nu is dat nog maar 20%.
Langs de kust staan mangrovebossen. De bomen in deze bossen hebben hoge wortels die bij vloed onder water komen te staan. Maar ook deze mangroven moeten steeds vaker wijken voor de toeristische ontwikkeling van kustgebieden. Dat daarmee ook een natuurlijke bescherming tegen vloedgolven verdwijnt, bleek bij de tsunami van 26 december 2004.
Frits Mulder, Taal en tekst.
