Economie
In tegenstelling tot de (veel grotere) buurlanden Libië en Algerije heeft Tunesië een beperkte olievoorraad. Het land produceert te weinig om te voldoen aan de eigen behoefte en moet dus olie importeren. Wel is er een groot gasveld in de Golf van Gabès (bij het eiland Djerba) en wordt er intensief gezocht naar nieuwe gasvoorraden in samenwerking met British Gas, de grootste buitenlandse investeerder in Tunesië.

Tunesië is een belangrijke exporteur van fosfaten, maar de inkomsten van het land komen vooral uit de landbouw, het toerisme en de kledingindustrie. De economie groeit sinds de jaren '90 met zo’n 5% per jaar. Alleen na de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 viel de groei tijdelijk terug, omdat de toeristen wegbleven. Bovendien werd het land in het jaar daarop getroffen door droogte.
Economische hervormingen
Onder president Bourguiba werd de economie sterk gecontroleerd, maar sinds hij werd vervangen door president Ben Ali is er een groot aantal hervormingen doorgevoerd. Zo werden staatsbedrijven geprivatiseerd en werd een programma gestart om verouderde bedrijven te moderniseren.
Ook de vorming van lonen en prijzen werd meer en meer overgelaten aan de vrije markt. In 2008 treedt een vrijhandelsverdrag met de Europese Unie in werking. Wel worden deze hervormingen voorzichtig doorgevoerd, omdat de Tunesische regering geen sociale instabiliteit wil.
Onderwijs
Al onder de regering-Bourguiba was er veel aandacht voor het onderwijs, zowel voor jongens als meisjes. Toch is pas na het afzetten van Bourguiba het aantal studenten aan universiteiten sterk toegenomen: van ruim 40.000 in 1981 tot 360.000 studenten nu. Helaas is er voor de meeste afgestudeerden geen passende baan. Officieel is 14% van de Tunesische beroepsbevolking werkloos, maar het werkelijke cijfer ligt hoger. De helft van de werklozen is jonger dan 25 jaar.
Hoewel slechts een op de vijf Tunesiërs in de landbouw werkt, draagt deze sector in belangrijke mate bij aan de export. De belangrijkste exportproducten zijn olijven en olijfolie, dadels, citrusvruchten en amandelen.
De infrastructuur van Tunesië is goed: de meeste wegen zijn uitstekend en het land beschikt over zes zeehavens.
Toerisme
Het toerisme is een van de belangrijkste bronnen van inkomsten. Jaarlijks bezoeken 6 miljoen mensen Tunesië. Voor het grootste deel (4 miljoen) zijn die afkomstig uit Europa, maar er zijn ook veel toeristen uit de buurlanden Libië en Algerije.
De meeste toeristen gaan naar de vakantiehotels aan de oostkust, bij de plaatsen Hammamet, Sousse en Monastir. Vanuit die plaatsen worden vaak excursies georganiseerd naar de heilige stad Kairouan.
Ook het eiland Djerba trekt veel toeristen. Bij de hoofdstad Tunis liggen belangrijke archeologische vindplaatsen als Carthago en Dougga.
Frits Mulder, Taal en tekst.
