Geschiedenis 2

[Vervolg van Geschiedenis 1]

In het begin van de 19de eeuw dwongen Europese landen Tunesië die zeeroverij aan banden te leggen. Toen bleek hoe belangrijk die activiteit was voor Tunesië: de economie stortte in en schulden aan handelspartners —o.m. Frankrijk— liepen hoog op.

In 1830 veroverde Frankrijk het buurland van Tunesië, Algerije. Tunesië probeerde een bezetting door Frankrijk te voorkomen door een nieuwe grondwet aan te nemen en de slavernij af te schaffen. Dat hield Frankrijk enige tijd buiten de deur, maar in 1881 grepen de Fransen een grensincident aan om alsnog Tunesië binnen te vallen.

Vanaf het begin van de 20ste eeuw trokken veel Franse boeren naar Tunesië, waar ze de vruchtbare landbouwgronden in bezit namen. Tunesische boeren werden verdreven of als arbeider ingezet op de Franse bedrijven.

Bourguiba

Ondertussen stak het nationalisme in Tunesië de kop op. In 1920 richtten jonge intellectuelen de Destour Partij op, die meer zeggenschap eiste voor de Tunesiërs. Die partij werd in 1925 verboden, maar negen jaar later kwam er een nieuwe, radicalere partij: Néo-Destour onder leiding van de jonge advocaat Habib Bourguiba.

De Fransen verbanden hem, maar na zijn vrijlating in 1936 organiseerde Bourguiba meteen weer demonstraties, in 1938 uitmondend in een algemene staking. De Fransen arresteerden 200 nationalisten en de partij werd verboden.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Frankrijk deels tegemoet aan de eisen van Néo-Destour. In 1954 kreeg Tunesië zelfbestuur, maar Frankrijk hield de leiding over defensie en buitenlandse zaken. Dit ging vele Tunesiërs niet ver genoeg en er werden diverse aanslagen gepleegd op Franse doelen.

Twee jaar later werd Tunesië onafhankelijk en Habib Bourguiba werd premier. Op 25 juli 1957 werd de Republiek Tunesië uitgeroepen met Bourguiba als president. Hij zou ruim dertig jaar lang de politiek van Tunesië beheersen.

Frits Mulder, Taal en tekst.