Moderne politiek 1
Na het uitroepen van de Republiek Tunesië in 1957 begon president Bourguiba een politiek van modernisering.
Zo was hij een warm voorstander van de scheiding tussen geloof en staat en verbeterde hij de rechtspositie van vrouwen. Voor de wet zijn vrouwen in Tunesië gelijk aan de man, hoewel op het platteland de vrouw vaak nog een ondergeschikte positie vervult.

Verder voerde Bourguiba kiesrecht voor vrouwen in en werd de minimumleeftijd om te trouwen gesteld op 18 jaar.
Absolute macht
Bovenstaande lijkt allemaal erg vooruitstrevend, maar Bourguiba duldde geen enkele tegenspraak. Al in 1959 liet hij uitgebreide bevoegdheden van de president in een nieuwe grondwet vastleggen.
In 1973 deed zijn partij —inmiddels omgedoopt in de Destouriaanse Socialistische Partij— voorstellen Bourguiba voor het leven te benoemen. Dat voorstel werd in 1975 bij referendum goedgekeurd.
Tegen de absolute macht van de president rees veel verzet. Studenten en de vakbonden organiseerden in 1978 een algemene staking, die met harde hand door het leger werd neergeslagen. Daarbij kwamen 51 mensen om het leven en werden honderden vakbondsleden gearresteerd.
Twee jaar later brak er een opstand uit in de stad Gafsa. In 1984 volgde het zogeheten broodoproer, uit protest tegen een verhoging van de broodprijs met 115% en de afschaffing van subsidies op andere eerste levensbehoeften.
Volgens Bourguiba werden al deze protesten tegen zijn regering georganiseerd vanuit buurland Libië. De betrekkingen belandden dan ook op een dieptepunt.
In 1985 stuurde de Libische leider Khadaffi Tunesische gastarbeiders terug naar huis, waarop de regering-Bourguiba in Tunesië wonende Libiërs dwong te vertrekken.
[Vervolg: Politiek 2]
