Sousse

Sousse is het centrum van de toeristische kuststrook in het noordoosten van Tunesië. Die kuststrook – met behalve Sousse plaatsen als Monastir, Skanès en Port El Kantaoui – is een aaneenschakeling van hotels en vakantieressorts. Maar de stadjes zelf hebben een deel van hun charme behouden.

Strand van Sousse

De geschiedenis van Sousse gaat ver terug: al in de 11de eeuw v. Chr. stichtten de Feniciërs er een nederzetting, die in de Romeinse tijd Hadrumetum werd genoemd. Met de komst van de Byzantijnen veranderde de naam in Justinianapolis. Toen de Arabieren zich over Tunesië verspreidden, werd de naam opnieuw gewijzigd, in Sûsa.

Het was tijdens de Aghlabid-dynastie de belangrijkste havenstad van het land. In die tijd werd het fort van Sousse gebouwd, een zogeheten ribat: in vredestijd een klooster, in oorlogstijd een fort.

De toren van de kashba (een extra versterkt deel van de stadsmuur) is nu een vuurtoren. In de medina krijg je een indruk van de traditionele Arabische manier van leven en handelen, al zijn veel winkeltjes tegenwoordig uitsluitend gericht op toeristen.

Sousse is omgeven door uitgestrekte boomgaarden met olijfbomen. Vroeger was de productie van olijfolie dan ook de belangrijkste economische activiteit. Die rol is overgenomen door het toerisme, maar nog steeds wordt er veel olijfolie gemaakt.

Frits Mulder, Taal en tekst.