Politiek 3 (1983-heden)

[Vervolg van Politiek 2]

In 1983 ontwikkelden zich weer politieke activiteiten, zij het voorzichtig: de oude partijleiders mochten zich niet met politiek bemoeien, maar nieuwe partijen werden wel toegestaan.

Eén nieuwe partij kon op brede steun rekenen: de Moederlandpartij van Turgut Özal, die zich in 1989 tot president liet kiezen. Zijn populariteit daalde echter snel, als gevolg van zijn eigengereide optreden.

Vanaf 1987 mochten de oude partijleiders weer politiek actief zijn en onmiddellijk bleek de populariteit van oud-premier Demirel. Zijn Partij van het Juiste Pad werd bij de verkiezingen in 1991 de grootste politieke partij. Na het overlijden van Özal in 1993 werd Demirel president en kreeg Turkije voor het eerst een vrouwelijke premier: Tansu Çiller.

In de jaren daarna waren er opnieuw diverse coalitieregeringen, waarbij de fundamentalistische Welvaartspartij sterk naar voren kwam.

Sinds de parlementsverkiezingen van november 2002 heeft een nieuwe partij, de AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling), een absolute meerderheid in het parlement.

De AKP komt voort uit de islamitische Welvaartspartij, maar noemt zichzelf nu conservatief-democratisch en presenteert zich als een moderne, pro-EU partij. Onder de huidige leider premier Recep Tayyip Erdogan is de AKP gematigd geworden.

Koerden

Gedurende de jaren negentig waren er steeds vaker aanslagen door de Koerdische rebellenbeweging PKK, onder leiding van Abdullah Öcalan.

Turkije bestreed het onafhankelijkheidsstreven van de Koerden in zuidoost-Turkije met harde hand. Öcalan werd in 1999 in Kenia ontvoerd, overgebracht naar Ankara en ter dood veroordeeld.

Dat vonnis werd niet uitgevoerd. Onder druk van de Europese Unie schafte Turkije in 2002 de doodstraf af en werd Öcalan’s vonnis omgezet in levenslang. In datzelfde jaar besloot de PKK de gewapende strijd op te geven.

Turkije en de Europese Unie

Eind 2004 bereikte de Nederlandse premier Balkenende als EU-voorzitter een akkoord met Turkije over de voorwaarden waaronder het land lid kan worden van de Europese Unie.

Eén van de struikelblokken was de erkenning van Cyprus. Turkije weigert een directe erkenning, maar volgens het akkoord moet het land zijn handtekening zetten onder de zogeheten Ankara-overeenkomst, waardoor Turkije een douane-unie aangaat met de tien nieuwe EU-lidstaten. Dat houdt feitelijk een erkenning in van Cyprus.

Toch zal het waarschijnlijk nog lang duren voordat Turkije EU-lid wordt: de onderhandelingen startten in oktober 2005 en gaan naar verwachting tien tot vijftien jaar duren.

Frits Mulder, Taal en tekst.