Geschiedenis 1
De Vietnamezen zijn afkomstig uit China, waarschijnlijk uit de zuidelijke provincie Quangdong. Zo’n vijf eeuwen voor het begin van onze jaartelling trokken ze naar het zuiden en vestigden zich in de delta van de Song Hong. Het gebied werd Nam Viet genoemd, "Land van het Zuiden". De oorspronkelijke bevolking werd verdreven naar minder vruchtbare gebieden in de bergen. Mogelijk zijn de bergstammen die daar wonen afstammelingen van de oorspronkelijke bevolking.
De verschillende stammen van het Viet-volk (zuidelijke volk) sloten zich aaneen en stichtten een koninkrijk. Er waren toen al contacten met kooplieden uit India. In 112 v. Chr. werd het koninkrijk Vietnam door Chinezen van de Han-dynastie veroverd. De Chinezen noemden het gebied Annam. Ruim een millennium (tot 939 n. Chr.) bleef het een buitenprovincie van China.
Intussen kwamen ten zuiden van Annam andere rijken op. In midden-Vietnam ontstond Champa. De Cham controleerden de handel en waren berucht om hun piraterij.
Nog verder naar het zuiden, in de Mekongdelta, ontstond het Khmerrijk Funan. Ook Funan dreef uitgebreid handel met Indiase kooplieden.
Deze sterke beïnvloeding door zowel Chinezen als Indiërs ligt ten grondslag aan de naam Indo-China. Die naam voor Vietnam, Cambodja en Laos samen werd overigens pas later geïntroduceerd door de koloniale Fransen.
De Vietnamezen zagen hun kans schoon toen in China de Tang-dynastie in elkaar stortte. In 939 scheidden ze zich af en vormden opnieuw een koninkrijk dat behalve Annam ook de noordelijke provincie Tonkin omvatte. Vietnam lijfde het rijk van de Cham in, waardoor het koninkrijk ver naar het zuiden werd uitgebreid.
In de 13de eeuw veroverden Mongolen heel China en ze wilden doorstoten naar Vietnam. Dat lukte niet, maar nadat de Chinezen de Mongolen hadden verslagen trokken ze ook Vietnam weer binnen. China gunde het gebied al snel zelfbestuur, op voorwaarde dat er wel belasting werd afgedragen.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
