Hue
Hue werd in 1802 de hoofdstad van Vietnam en bleef dat tot 1945, toen keizer Bao Dai van de Nguyen-dynastie aftrad ten gunste van de revolutionaire beweging van Ho Chi Minh. De stad lag vlak bij de scheidslijn die in 1954 werd getrokken tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Hue heeft het zwaar te verduren gehad tijdens de Vietnamoorlog.
De stad ligt langs de Huong Giang ("Parfumrivier"), die enkele kilometers naar het oosten uitmondt in de Zuidchinese Zee. De citadel en het oude stadsdeel liggen aan de noordkant, nieuwere wijken (o.m. de Franse wijk) liggen ten zuiden van de rivier.

De citadel was de zetel van het keizerlijk bestuur over Vietnam, vanaf de hereniging van het land in 1802 (zie Geschiedenis). Het is een uitgestrekt complex van paleizen, tempels en musea.
De gebouwen werden zwaar beschadigd tijdens gevechten tussen de Fransen en de Vietcong in 1947 en nog eens in 1968 tijdens het zogeheten Tet Offensief van de Vietcong en de daarop volgende bombardementen door de Amerikanen.
Vooral in de Verboden Stad was de schade groot. Al twintig jaar wordt gewerkt aan restauratie van de paleizen, maar de klus is nog lang niet geklaard.
Keizerlijke Graven
Ten zuiden van Hue liggen de Keizerlijke Graven. De graven van Tu Duc, Minh Mang en Khai Dinh zijn fraaie voorbeelden van boeddhistische bouwkunst. Deze keizers hadden onder het Franse bestuur nauwelijks macht en hielden zich dus maar bezig met het bouwen van mooie laatste rustplaatsen. Gia Long was in 1802 de eerste keizer. Zijn graf ligt afgelegen en is niet veel meer dan een ruïne.
Voor de keizers werden exquise maaltijden bereid en daardoor staat Hue bekend als de stad van de keizerlijke keuken. Een fraaie presentatie van de gerechten is zeer belangrijk. Sommigen zeggen zelfs dat het in de keizerlijke keuken meer gaat om de presentatie dan om de smaak.
De vroegere gedemilitariseerde zone is een toeristische trekpleister. Deze zone tussen Noord- en Zuid-Vietnam was officieel neutraal gebied, maar er werd tijdens de Vietnamoorlog zwaar gevochten. Er zijn overblijfselen te zien van Amerikaanse bases en je vindt er ook het nationale oorlogskerkhof Truong Son.
Populair zijn de ondergrondse gangen, delen van de zogeheten Ho Chi Minh-route. Die werden gebruikt door Vietcong-strijders om ongezien van Noord- naar Zuid-Vietnam te komen.
Frits Mulder, Taal en tekst.
