Geografie
Zweden beslaat het oostelijk deel van het Scandinavische schiereiland en Stockholm is de hoofdstad. Het land grenst in het westen en noorden aan Noorwegen en in het noordoosten aan Finland.De kustlijn in het oosten, zuiden en zuidwesten loopt langs de Botnische Golf, de Oostzee, de Sont, het Kattegat en het Skagerrak. De Sont is een nauwe zeestraat tussen het zuiden van Zweden en Denemarken.

Vooral de Oostzeekust kent een zeer grillig verloop, de zogeheten scherenkust, met vele lage rotsachtige eilandjes en klippen. Twee grote eilanden in de Oostzee – Gotland en Öland – horen ook bij Zweden.
Net als Noorwegen is Zweden een langgerekt land, maar niet zo smal als de westelijke buur. Met een oppervlakte van net geen 450.000 vierkante kilometer is het land elf keer groter dan Nederland. Het noordelijkste punt is Freriksröset, dat boven de poolcirkel ligt; het zuidelijkste punt is Smygehuk tegenover het Duitse eiland Rügen.
Zweden is dunbevolkt en grote delen van het land bestaan uit ongerepte natuur. Wel zijn er prachtige watervallen opgeofferd aan waterkrachtcentrales (zie Economie).
IJstijden
De ijstijden hebben hun sporen nagelaten in Scandinavië en zo ook in Zweden. Uit Nederland en België verdween het ijs al zo’n 20.000 jaar geleden, maar Zweden was tot 10.000 jaar geleden bedekt onder een ijslaag van twee tot vier kilometer dik.Toen het land dat ijs niet meer hoefde te dragen, begon het te stijgen. Sindsdien is het noorden van Zweden maar liefst 200 meter gestegen, het zuiden 50 meter. Dat gaf nogal eens problemen, vooral in havensteden. Die moesten geregeld hun haven verplaatsen om het terugtrekkende water te volgen. Die stijging van het land gaat – vooral in het noorden – nog steeds door.
Door de schurende werking van het ijs ontstonden regelmatig gevormde heuvelruggen. Alleen langs de grens met Noorwegen worden de bergen grilliger.
Typisch voor Zweden zijn de zogeheten oser, uitgestrekte grintwallen die soms honderden kilometers lang zijn. Deze wallen ontstonden toen het ijs begon te smelten. Waar ze het smeltwater tegenhielden, vormden zich meren. Zweden heeft 96.000 meren, het grootste is Vänern in het zuiden van het land.
Midden-Zweden: Svealand
In het midden van Zweden –Svealand– ligt het historische centrum van de Zweedse cultuur. Dit gebied ten westen van Stockholm bestaat uit open vlakten, waar de Zweden al zeker 5000 jaar aan akkerbouw doen.De strakke inrichting in scherp afgebakende gebiedjes doet uit de lucht wel enigszins denken aan de rechte lijnen in de Nederlandse landbouw. Maar toch niet helemaal: in Zweden worden de keurig afgebakende akkers afgewisseld met dichte bossen of moerassige hoogvlakten.
Noord-Zweden bestaat uit eindeloze naaldbossen (taiga) en uitgestrekte watervlakten, die ’s winters verdwijnen onder een dikke laag ijs. Bijna 60% van het Zweedse landoppervlak is bedekt met bossen. In die bossen leven wolven, beren en lynxen, hoewel er van die laatste niet veel meer over zijn.
Frits Mulder, Taal en tekst.
