Geschiedenis 1
Zweden heeft in de geschiedenis van Europa een opmerkelijke rol gespeeld. Zo woonde in het zuiden van wat nu Zweden is een opmerkelijk volk: de Goten.De Goten
Deze Goten waren behoorlijk ondernemend. Ze trokken de Oostzee over en vestigden zich in Polen en Oekraïne. Later trokken ze verder naar de noordkust van de Zwarte Zee en via de Balkan naar Italië, het zuiden van Frankrijk en Spanje.Ze waren verdeeld in Westgoten en Oostgoten, die de macht nu eens broederlijk deelden en die dan weer betwistten.

Veel geografische namen in Zuid-Zweden herinneren aan dat oude volk (Göteborg, Gotland, het Göta-kanaal).
Al voor ze Europa introkken, dreven de Goten internationale handel. Zo haalden ze brons uit Duitsland en leverden zelf barnsteen, dat zeer gewild was bij de Romeinen.
Die Romeinen gaven het gebied de naam Scandinavië, wat is afgeleid van Skåne, nog steeds de naam voor het uiterste zuiden van Zweden.
De Zweden
Ten noorden van de Goten woonden de Zweden (Svear). Terwijl in de rest van Europa grote volksverhuizingen aan de gang waren, kwamen zij nauwelijks in beweging. Ze bewoonden dan ook vruchtbaar land en waren in staat dat succesvol te verdedigen en uit te breiden.Eerst drongen ze de Finnen verder naar het noorden en in de 8e eeuw onderwierpen ze de achtergebleven Goten in het zuiden.
Het rijk van de Zweden heette oorspronkelijk Svearike; later werd de naam verbasterd tot Sverige. Machtscentrum van deze eerste Zweedse staat was Uppsala.
De Zweden bekeerden zich tot het christendom en in de 12e eeuw ondernam koning Erik IX een reeks kruistochten tegen de heidense Finnen.
Die waren overigens niet alleen religieus getint, maar ook bedoeld om de buren een lesje te leren: de Finnen plunderden geregeld plaatsen aan de Zweedse kust.
Pas in 1323 werd Finland veroverd; het land zou daarna tot 1809 een deel van Zweden blijven.
[Vervolg: Geschiedenis 2]
