Moderne politiek 1
In 1918 werd in Zweden het algemeen kiesrecht ingevoerd en twee jaar later kreeg het land voor het eerst een sociaal-democratische regering, die slechts voor enkele jaren door een liberaal kabinet werd afgelost.Van 1932 tot 1976 zijn de sociaal-democraten onafgebroken aan de macht geweest. In deze periode kwamen de sociale hervormingen tot stand, waardoor Zweden een model-verzorgingsstaat werd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de houding van Zweden omstreden. Het land stond toe dat Duitse verlofgangers vanuit Noorwegen over Zweeds grondgebied reisden. Dat was nogal in tegenspraak met de neutraliteit van Zweden.
Aan de andere kant hielp het land het Rode Kruis door wittebrood te leveren, dat boven Nederland werd gedropt tijdens de hongerwinter van 1944-45.
Omdat Zweden niet rechtstreeks bij de Tweede Wereldoorlog was betrokken, hoefde het zich niet bezig te houden met wederopbouw. De verzorgingsstaat werd rustig verder ontwikkeld, overigens gefinancierd door stevige belastingverhogingen.
Na de oorlog trad Zweden toe tot de VN en de Europese Vrijhandels Associatie, maar de strikte neutraliteitspolitiek verhinderde aansluiting bij de NAVO en de Europese Gemeenschap.
In 1976 was het (tijdelijk) gedaan met de macht van de sociaal-democraten. Het land was weliswaar een verzorgingsstaat geworden, maar de Zweden hadden forse kritiek op de hoge belastingoffers die ze daarvoor moesten brengen. Ze waren bovendien de enorme bureaucratie beu.
[Vervolg: Politiek 2]
